De Sociaal-Economische Raad (SER) van Suriname is sinds 14 september 2022 in feite buiten werking, omdat de voormalige regering Santokhi-Brunswijk, de dertien leden na hun wettelijk aftreden, niet heeft herbenoemd. De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) stelt in de november-editie van haar blad Inzicht, dat dit een flagrante overtreding is van de Wet SER uit 2004. Ook president Jennifer Simons heeft nog geen nieuwe leden benoemd, terwijl het land midden in een zware sociaaleconomische crisis zit.
De SER, ingesteld bij wet op 3 maart 2004, telt dertien leden en evenzoveel plaatsvervangers: vijf voorgedragen door de regering, vier door werkgeversorganisaties en vier door vakbonden. Leden treden na twee jaar tegelijk af, waarna de president direct nieuwe leden moet benoemen. Dit mechanisme garandeert continuïteit in advies over economische stabiliteit, sociale rust, rechtvaardigheid en duurzame groei. De SER adviseert zowel de regering als De Nationale Assemblee (DNA).
‘Klap in het gezicht van sociale partners’
De VES spreekt van een “ernstige bestuurlijke dwaling” en “een klap in het gezicht van de vertegenwoordigers van vakbeweging en werkgevers”.
Het uitblijven van benoemingen ondermijnt volgens de VES, de tripartite structuur in een periode dat juist onafhankelijk advies hard nodig is.
Opvallend is de stilte rond het onderwerp. De Nationale Assemblee, inclusief oppositie, zwijgt. Vakbonden en werkgeversorganisaties laten zich niet horen, en ook de nieuwe regering, ingetreden op 16 juli 2025, heeft tot nu toe geen actie ondernomen.
Oproep aan president Simons
De VES richt zich rechtstreeks tot president Simons: “De wittebroodsweken zijn voorbij. Indien de SER van belang is voor het economisch beleid, dient de president op de meest korte termijn de dertien leden te benoemen.” Met de naderende olie-inkomsten vanaf 2028 en een torenhoge schuldenlast, is een functionerende SER volgens de VES, onmisbaar voor evenwichtig tripartiet overleg.
Zonder snel herstel van het adviesorgaan, dreigt de SER symbool te worden van politieke inertie, juist nu Suriname balans zoekt tussen crisisbeheersing en toekomstige welvaart.


