Fernald: ‘Onafhankelijkheid was een point of no return’

Redactionele reeks-50 jaar Srefidensi: Suriname in spiegelbeeld

Oud-minister van Defensie, Ivan Fernald, blikt in een uitgebreid gesprek met ons terug op vijftig jaar staatkundige onafhankelijkheid. Hij benadrukte dat discussies over de wenselijkheid van de onafhankelijkheid, achterhaald zijn. “Het was een point of no return. Het heeft geen zin om steeds opnieuw te vragen of 1975 wel het juiste moment was. De uitdaging is niet het verleden, maar de toekomst.”

Volgens Fernald worden teleurstellingen over de huidige sociale en economische situatie vaak ten onrechte gekoppeld aan de onafhankelijkheid. “De tegenslagen komen voort uit politieke keuzes, slecht bestuur en historische schokken. Ze zijn geen automatisch gevolg van Srefidensi.”

Fernald erkent dat Suriname na 1975 zware perioden heeft doorgemaakt.

De staatsgreep, de Binnenlandse Oorlog, internationale isolatie en inflatie, noemt hij “tegenslagen die elk jong land kan meemaken”. De terugkeer naar de democratie in 1987, noemt hij “een noodzakelijke stap die de samenleving zelf heeft afgedwongen”, al bleef volgens hem “de stem van de militairen nog enige tijd nadreunen in de politieke cultuur”.

Bij zijn terugblik legt Fernald veel nadruk op de periode Venetiaan. ‘’Onder dat bestuur ontstond rust door prudent, consistent beleid.” Hij verwijst naar het stabiliseren van de munt, het doorvoeren van de zogenoemde nuloptie, samenwerking met deskundigen en het herstel van vertrouwen. “Moreel gezag ontstaat niet door woorden, maar door voorbeeld. Dat heeft Venetiaan laten zien.”

Op de vraag welke lessen vijftig jaar Srefidensi hebben opgeleverd, stelt Fernald dat de kwaliteit van het bestuur, de belangrijkste determinant is voor ontwikkeling. Volgens hem is het noodzakelijk dat economische groei, zeker met de opkomst van de olie- en gassector, eerlijker in de samenleving wordt verdeeld. “Welvaart moet niet naar een kleine groep gaan. Sociale rust ontstaat alleen als elke burger eerlijke kansen krijgt.”

Fernald verwijst naar recente analyses van internationale instellingen. Het IMF benadrukt volgens hem dat Suriname nog voor stevige keuzes staat, waaronder het versterken van instituties, het beperken van overheidsuitgaven en het hervormen van subsidies. “Dat gaat de samenleving voelen, maar het is nodig om vooruit te komen.” De nadruk moet nu liggen op het voorkomen van corruptie, goed bestuur, investeren in onderwijs en het vergroten van productie. Over de positie van jongeren toont Fernald zich zowel bezorgd als hoopvol. Hij wijst op generaties die zijn opgegroeid in perioden van economische schokken en politieke onzekerheid. “Ze hebben ups en downs gekend, soms in korte cycli. Dat heeft invloed op motivatie en gedrag.” Tegelijkertijd ziet hij potentie, mits onderwijs en opvoeding worden versterkt: “We zitten met een onderwijscrisis en een morele crisis. Dat moet erkend worden. Van gezin tot school moet een cultuur ontstaan, waarin kinderen leren wat goed en kwaad is.”

Volgens Fernald hangen sociale problemen, zoals geweld en ontsporing onder jongeren, nauw samen met “schrijnende sociale omstandigheden”, het wegvallen van sociale controle en het stijgend aantal eenoudergezinnen. “Het gedrag van jongeren staat niet los van de realiteit waarin zij opgroeien.”

Hij besluit met een oproep om de komende jaren gezamenlijk te werken aan stabiliteit en duurzame ontwikkeling. “Deze regering moet ademruimte krijgen om haar beleid uit te voeren. Kritisch volgen mag, maar niet tegenwerken. Alle schouders moeten eronder. De kans die we nu hebben moeten we benutten, voor deze generatie en de volgende.”

More
articles