ONDERWIJS IN SURINAME EEN INVESTERING OF EEN LUXE?

Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, kaartte onlangs terecht aan, dat het percentage hoogopgeleiden in Suriname zorgwekkend laag is. Hij wees naar het beperkte onderwijsbudget, slechts 10 procent van de staatsbegroting, waar het UNICEF adviseert, minstens 15 tot 20 procent te investeren. Het is een pijnlijke constatering: wij praten al jaren over onderwijs als de sleutel tot ontwikkeling, maar behandelen het in de praktijk zeer stiefmoederlijk.

Toch ligt het probleem dieper dan cijfers alleen. Het volgen van hoger onderwijs is voor veel Surinamers simpelweg onbetaalbaar. Collegegelden stijgen, studiematerialen kosten handenvol geld en studenten moeten vaak naast hun studie werken, om rond te komen. Voor gezinnen met een laag inkomen, blijft hoger onderwijs dan ook een onbereikbare droom. Dit vergroot de kloof tussen arm en rijk en houdt de ongelijkheid in stand.

En voor wie het wel lukt een diploma te behalen, wacht een ander probleem: de brain drain. Hoogopgeleiden trekken massaal weg, omdat de kansen en arbeidsvoorwaarden in Suriname, onvoldoende aansluiten bij hun kwalificaties. Het gevolg is een vicieuze cirkel: we leiden te weinig mensen op, en degenen die we wél opleiden houden het voor zien. Zo blijft het land structureel verzwakt.

De vraag die we ons moeten stellen is simpel, willen we dat hoger onderwijs een luxe blijft voor de enkelen die het zich kunnen veroorloven, of zien we het eindelijk als de investering, die de motor vormt van nationale vooruitgang? De regering moet verder kijken dan slogans en beloftes. Een structurele verhoging van het onderwijsbudget is noodzakelijk, maar ook het creëren van studiefondsen, beurzen en betere arbeidskansen in eigen land. Alleen zo kunnen we de cirkel van achterblijvende ontwikkeling doorbreken. Goed en betaalbaar onderwijs mag geen privilege zijn. Het is de basis waarop de toekomst van Suriname gebouwd zal moeten worden.

More
articles