Stanley Raghoebarsing, minister van Financiën en Planning, heeft gisteren in het radioprogramma ‘Welingelichte Kringen’ van ABC, zijn bezorgdheid geuit over het lage waterpeil in het Afobaka-stuwmeer. Raghoebarsing steunt de Energie Bedrijven Suriname (EBS) in hun oproep, zuinig om te gaan met electriciteit. Door een gebrek aan natuurlijke waterinstroom daalt het waterpeil, wat enorme gevolgen heeft voor de stroomopwekking. Hierdoor moet de overheid extra kosten maken om het tekort op te vangen met noodaggregaten.
Het opwekken van energie via het stuwmeer kost 1,5 dollarcent per kilowattuur, terwijl de kosten bij brandstofopwekking kunnen oplopen tot 13,5 dollarcent per kilowattuur.
Indien er niet genoeg stroom wordt opgewekt, dreigt loadshedding, waarbij bepaalde buurten tijdelijk zonder stroom worden gezet. “Niemand wil loadshedding en niemand wil verhoogde kosten”, aldus Raghoebarsing.
Ondanks het plan om subsidies af te bouwen, betaalt het ministerie nog steeds maandelijks voor brandstof die via Staatsolie aan de EBS wordt geleverd. Dit bedrag zou volgens het ministerie SRD 250 miljoen per maand moeten zijn, terwijl de EBS spreekt van SRD 160 miljoen. Omdat de EBS dit niet kunnen betalen, ontstaat een tekort op de begroting van Financiën en Planning.
Minister Marciano Dasai van Ruimtelijke Ordening en Milieu benadrukte, vorige week voorafgaand aan de vergadering van de Raad van Ministers, dat het lage waterpeil niet alleen een probleem is voor de energie, maar ook voor drinkwater en landbouw. De regering overlegt met betrokken partijen over mogelijke oplossingen, maar de situatie is complex en niet direct op te lossen.
Daarnaast heeft klimaatverandering steeds meer nare gevolgen. In gebieden zoals Weg naar Zee stijgt de zeespiegel, wat gevolgen heeft voor bewoners en boeren. De regering onderzoekt de mogelijkheid van golfbrekers en damversterking om de schade te beperken.
Suriname probeert toegang te krijgen tot 80 miljoen USD uit het Green Fund voor duurzame oplossingen. Ondertussen werkt de overheid aan plannen voor klimaat-bestendige bouw en mogelijke herlocatie van kwetsbare gebieden. De situatie blijft onvoorspelbaar, maar de overheid is vastberaden om tijdig in te grijpen en zich aan te passen aan de veranderende omstandigheden.


