De recente dood van Desi Bouterse, voormalig militair leider en president van Suriname, heeft een breed scala aan reacties opgeroepen in de Surinaamse samenleving. Van rouw tot opluchting, de gevoelens variëren sterk afhankelijk van het perspectief. Volgens historicus en bestuurskundige August Boldewijn, biedt Bouterses nalatenschap, belangrijke lessen over macht, verantwoordelijkheid en nationale ontwikkeling.
Desi Bouterse kwam aan de macht door twee staatsgrepen, in 1980 en opnieuw in 1990. Volgens Boldewijn waren deze handelingen sterk ongrondwettelijk en beroofden ze het Surinaamse volk van zijn democratische rechten. De staatsgrepen markeerden het begin van een periode van politieke instabiliteit en economische achteruitgang. Zo werden essentiële eigendommen, zoals de STVS en ABC tijdens deze periode beschadigd of vernietigd, wat aanzienlijke gevolgen had voor de infrastructuur en media van het land.
Een belangrijke kritiek van Boldewijn is, dat Bouterses revolutie geen ideologische basis had. Hoewel er beloften werden gedaan over nationale ontwikkeling, bleef het beleid beperkt tot militaire acties en het consolideren van macht. Een concreet ontwikkelingsplan of een duidelijke toekomstvisie bleef uit, wat leidde tot stagnatie in plaats van vooruitgang.
De Decembermoorden van 1982 blijven een diep litteken in de geschiedenis van Suriname. Nabestaanden van de slachtoffers, hebben jarenlang geleden onder het trauma van deze gebeurtenissen. Daarnaast kampten opeenvolgende regeringen onder Bouterses leiding met ernstige financiële problemen. Een opvallend voorbeeld is de economische chaos aan het einde van zijn laatste ambtstermijn in 2020, toen hij de nieuwe regering vroeg snel over te nemen omdat er geen geld meer was om salarissen van ambtenaren te betalen.
Een andere opvallende beperking van Bouterses presidentschap was zijn onvermogen om vrij te reizen naar het buitenland vanwege een drugsveroordeling in Nederland. Dit had aanzienlijke gevolgen voor de diplomatieke relaties van Suriname en beperkte de internationale rol van het land.
Hoewel Boldewijn kritisch is, erkent hij wel enkele positieve aspecten van Bouterses bewind. Een belangrijke bijdrage was de oprichting van het ministerie van Defensie en Politie, een maatregel die voortkwam uit een adviesrapport van de Commissie Abendanon. Dit bracht de politie en het leger onder een gezamenlijke structuur en versterkte de institutionele basis voor nationale veiligheid.
Het bewind van Bouterse verdeelde de samenleving diep. Voor sommige aanhangers, vooral binnen zijn politieke partij de NDP, blijft hij een nationale leider. Voor anderen, vooral de nabestaanden van de Decembermoorden, symboliseert hij een periode van angst en repressie. Boldewijn vergelijkt deze angst met trauma’s uit de slavernijperiode en benadrukt de noodzaak van verzoening.
Boldewijn roept toekomstige leiders op, lessen te leren uit het verleden. Het respecteren van de grondwet en het voorkomen van staatsgrepen zijn volgens hem cruciaal voor duurzame ontwikkeling. Ook pleit hij voor een strikte discipline binnen de krijgsmacht en een efficiënte werking van inlichtingendiensten om herhaling te voorkomen.
De erfenis van Desi Bouterse is complex en laat zowel positieve als negatieve elementen zien. Zijn overlijden biedt een kans voor reflectie en een hernieuwde focus op nationale eenheid en ontwikkeling. Hoe de geschiedenis hem zal beoordelen, hangt af van hoe Suriname als natie de balans opmaakt en leert van de lessen uit het verleden.