Er wordt al jaren achtereen en wel vanaf 2013, aanhoudend geklaagd over de gestegen kosten van levensonderhoud. Men jammert voortdurend over de alsmaar toenemende prijzen voor goederen en diensten, en wenst maar al te graag met de beschuldigende vinger te wijzen naar de regering, die er maar niet in slaagt, de tarieven voor goederen en diensten onder controle te krijgen. Maar slechts weinigen zijn bereid, te wijzen naar de oorzaak van de ellende die we al tien jaar doormaken, en die is begonnen op het moment dat men de dekking van onze munt, de SRD, weg te slaan, door de monetaire reserves in de Centrale Bank van Suriname, die de waarde van onze munt moesten garanderen, aan te spreken. Op dat moment maakte meneer Hoefdraad – die zeker niet als monetair econoom kon worden gezien – een aanvang met de vernietiging van de waarde (dekking van meer dan 70 procent) van de SRD. Op dat moment ging de waarde van SRD 2.80,- voor een Amerikaanse dollar naar SRD 3.35,- voor dezelfde dollar en vervolgens naar SRD 4.06,- om uiteindelijk de wisselwaarde van de SRD over te laten aan het mechanisme van vraag en aanbod. Vanaf dat moment ving de verdere depreciatie van de SRD aan en die is doorgegaan onder het kabinet Santokhi, tot waar we nu zijn. We betalen nu bijna 40,- SRD voor diezelfde US-dollar, en dat heeft gemaakt dat alle goederen en diensten met honderden procenten zijn gestegen. We kunnen dan ook tot in het oneindige blijven klagen, dat alles duurder is geworden en dat de koopkracht niets meer voorstelt, maar alles heeft een oorzaak en gevolg en dat is al vanaf 2013 duidelijk te merken met de wisselwaarde van onze munt, de SRD, ten opzichte van de dollar en de euro. Wanneer we dan klagen en blijven klagen, zal dat niet helpen, omdat we voor alles wat van buiten komt, fors meer zullen blijven moeten neertellen. Wanneer we schoolspullen moeten kopen, of dat nu voor de lagere, middelbare school of universiteit is, zullen we meer geld op tafel moeten leggen, omdat alle leermiddelen worden geïmporteerd met dezelfde dure dollar of euro. Onze munt is tussen 2010 en 2020 stelmatig naar de bliksem geholpen, door wanbeleid op financieel, economisch en monetair gebied en daar moet men een keertje heel eerlijk over zijn. De economie wederom op spoor krijgen, kan niet met een toverstaf en dat dient men te begrijpen. Alles heeft een kostenaspect, of het nu gaat om een gewoon huishouden of een staatshuishouding, alles kost geld en dat moet verdiend worden, en dient ook waarde te hebben. En juist het laatste is wat ons al vanaf 2013 parten speelt en waarom we nu niet rondkomen met ons salaris. Men moet de oorzaak kennen om te kunnen analyseren wat het gevolg is. De dienstplicht wederom instellen om jongeren weer wat meer discipline bij te brengen is een mooi voorstel, maar heeft men wel aan het kostenaspect van een dienstplichtregeling gedacht? Laten we hier dan maar heel snel vanaf stappen, want Suriname kan momenteel niet eens behoorlijk zijn olierekening bij de oliemaatschappijen voldoen, en is ook niet in staat de meest essentiële medicamenten op tijd in huis te halen, dus laten we gewoon voorlopig niet aan dienstplicht denken. Bovendien is er geen externe dreiging, waardoor we een dergelijke maatregel, kunnen rechtvaardigen. We blijven er overigens bij, dat Suriname meer moet gaan produceren voor zijn export, want dat alleen zal ons uiteindelijk uit deze benaderde economische en financiële malaise bevrijden. Aanhoudend klagen en babbelen, zal ons geen meter verder op de juiste en beoogde weg brengen.
