Salarissen ministers laag, maar onfortuinlijk moment gekozen voor koopkrachtversterking

De afgelopen week is gedurende een persconferentie, minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, ingegaan op de gerezen onvrede in de samenleving over de koopkrachtversterking, toegekend aan de ministers, op basis van de lange werktijden die ze dagelijks moeten maken. Volgens Ramdin hebben ook de ministers een leven, waarin uitgaven moeten worden gedaan. Ook is hij van mening, dat het werk van een minister vaak inhoudt verplicht continu bezig te moeten zijn met de werkzaamheden. De bewindsman stelde dat het “fair” is, dat de ministers aanspraak maken op een koopkrachtversterking.

Echter heeft Ramdin er niets op tegen als gesproken moet worden over het percentage van de verhoging, “of het 50% of 30% of 20% moet zijn”. Hij voegt eraan toe, dat misschien het besluit op een onfortuinlijk moment is genomen. De bewindsman zei ook dat als we de salarissen van ministers zouden vergelijken met die van anderen in een bestuurlijke functie, dan is het inkomen heel laag.

Volgens hem moet ook de groep van ministers die zo het werk van 20 personen per departement doen, in aanmerking kunnen komen voor koopkrachtversterking. Intussen is publiekelijk bekend geworden, dat op de salarisslip van een minister duidelijk te zien is, dat de groep niet meer dan de tegenwaarde van 1000 euro per persoon verdient.

Armand Zunder, woordvoerder van de Raad van Vakcentrales in Suriname (RAVAKSUR), tevens voorzitter van de vakcentrale Progressieve Werknemers Organisatie (PWO), is van mening dat het salaris van de ministers te laag is. En zeker als dat vergeleken wordt met de directeurs- salarissen bij particuliere bedrijven, die in sommige gevallen zelfs kunnen oplopen tot tienduizend euro per maand.

Zunder verwees naar de CLO-voorzitter Ronald Hooghart, die vaker erop heeft gehamerd dat er onderzoek naar de redelijkheid en billijkheid van salarissen van hooggeplaatste functionarissen, bij zowel de overheid als in de particuliere sector, moet plaatsvinden. Daarmee wordt dan bedoeld, de maatschappelijk aanvaardbare normen, die een aanvullende werking of beperkende werking kunnen hebben op wettelijke regelingen of bepalingen uit een overeenkomst, die de salarissen van hooggeplaatste functionarissen zouden moeten kunnen rechtvaardigen.

More
articles