SMERIG SPELLETJE ACHTER DE SCHERMEN?

Wordt er door de regering Santokhi achter de schermen, toch een smerig spelletje gespeeld met de belangen van de Surinaamse visserijsector en wel met betrekking tot het alsnog verlenen van visvergunningen aan Guyanese vissers? Zwicht de regering Santokhi en wel in strijd met de Visserijwet, toch nog voor de druk van de regering Ali in Georgetown, om de gewenste visvergunningen (150 in totaal) te verstrekken? In Guyana wordt er steeds op een ophitsende wijze door leden van de regering Ali beweerd, dat Suriname harde toezeggingen heeft gedaan met betrekking tot de verlening van de gewenste vergunningen. Onze minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij, Sewdien, heeft steeds beweerd, dat er helemaal geen toezeggingen over verlening van visvergunningen aan de Guyanezen zijn gedaan en dat bovendien de Visserijwet het verbiedt, de gewenste vergunningen te verlenen. Maar men blijft in Georgetown volhouden, dat de vergunningen zijn beloofd en men rekent op de verlening. We zijn inmiddels twee jaar verder en de Guyanezen hebben voor wat betreft de visserijsector en de beschikbaarheid van voldoende vis binnen hun eigen wateren, een groot probleem. De zaak is aldaar geheel leeggevist en dus zoekt men naar vis in de wateren van andere landen, waaronder natuurlijk Suriname op de eerste plaats. Bij de westerse buren (Venezuela) valt er niets meer te halen, want de Venezolanen hebben daar zelf ook niet veel meer ter beschikking. Bovendien zal de regering Maduro in Caracas, zeker geen toestemming verlenen aan Guyanese vissers om daar hun netten uit te werpen. De Surinaamse visgronden zijn daarom van uitermate groot belang voor de Guyanese vissers ter overleving, en daarom dringt men zo aan en vist men momenteel op grote schaal illegaal in onze wateren, vaak ook nog met vervalste visvergunningen van Surinaamse vergunninghouders. Vanaf het aantreden van de regering Santokhi, is het duidelijk dat ze een meer dan normale bilaterale betrekking met Georgetown voorstaat, zogenaamd in het belang van beide landen. Vanwaar deze liefde voor Guyana is ontstaan bij het huidige kabinet en dan wel in het bijzonder coalitiegenoot de VHP, is voor velen nog een raadsel, vooral omdat we in dit land weten, dat Guyana er in elk opzicht op uit is ons te benadelen. We weten dat uit de bezetting van Tigri, het roven van ons hout op de rechteroever van de Corantijn en ook het al jaren plunderen van onze visgronden. Over de plannen voor het bouwen van een brug over de Corantijn, zullen we het nu niet hebben. Waar de regering Santokhi zeker niet aan moet beginnen, is het verlenen van visvergunningen aan Guyanezen, die de vis na vangst verwerken en met name naar de VS verschepen. Suriname verdient daar geen cent aan en het gaat zeker om een deel van onze natuurlijke hulpbronnen, dat al jaren achtereen wordt weggesleept. Gaan we dat nu ook nog verder bevorderen? Nee toch! Als er vis moet worden geëxporteerd, dan moet Suriname dat ter hand nemen en geen enkel ander land. De regering en in het bijzonder ons ministerie van LVV, moet nagaan hoeveel tientallen miljoenen US-dollars er door de Guyanezen met onze vis worden verdiend. Misschien worden we dan ineens wél wakker. Velen en in het bijzonder de visserijsector, kijken met argusogen naar wat voor oplossing de regering heeft in deze visserijkwestie met Guyana. In geen enkel opzicht mogen wij wederom de gebeten hond worden.

More
articles