Van Trikt en Angnoe gaan in hoger beroep
Kantonrechter Maytrie Kuldipsingh heeft afgelopen maandag 31 januari, vonnis gewezen in de strafzaak tegen de gewezen governor van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), Robert- Gray van Trikt en zijn zakenpartner Ashween Angnoe van het accountantsbureau Orion. De rechter heeft de ex-governor schuldig bevonden aan overtreding van de Anti-corruptiewet, verduistering, valsheid in geschrifte en overtreding van de Wet Money Laundering. Van Trikt kreeg hierdoor acht jaar gevangenisstraf en een boete van SRD 500.000 subsidiair of 16 maanden hechtenis. Angnoe, werd veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en een boete van SRD 150.000 subsidiair twaalf maanden hechtenis. De zakenpartner van de ex-governor werd schuldig bevonden aan overtreding van artikel 13 lid 1 van de Anticorruptiewet juncto artikel 72 van het Wetboek van Strafrecht. Volgens de moeder van Van Trikt, Lilian Ferrier, heeft de rechter anderhalf jaar aan waarheidsvinding gedaan, om bij haar vonnis gewoon alles opzij te schuiven en dan te doen alsof de beweringen van de ex-regeringscommissaris en de reeds ontslagen CBvS-directeuren, de enige waarheid is. Zij vindt het een kwalijke zaak, dat zelfs het onderzoeksrapport van Kroll niet werd meegenomen. Verder zegt Ferrier, dat het onrecht in deze is dat het duidelijk is niet ten eigen bate of voor eigen gewin, maar voor het betalen van overheidsuitgaven. “Ik hoop dat eenieder nu zich goed kan verdiepen in deze case, want als je veroordeeld kan worden op strafbare feiten op een legale manier, maar op slinkse wijze en op basis van meningen, waarbij geen rekening wordt gehouden met internationale en nationale rapporten van IMF, EMFI, CBvS en Kroll, dan is het recht zoek”, aldus Ferrier. Naar wij vernemen, hebben Van Trikt en Angnoe reeds aangeven, dat zij in hoger beroep gaan.
Gevangenisstraf
Van Trikt en Angnoe zitten reeds twee jaar in voorarrest. De rechter deelde vlak voor de kerstdagen in 2021, aan de verdachte Robert van Trikt (ex-governor van de Centrale Bank), en de medeverdachten in de Centrale Bank-zaak Ashween Angnoe, Faranaaz Alibaks-Hausil en Ginmardo Kromosoeto mee, dat hun strafzaken tot 31 januari 2022 werden uitgesteld.
Hausil kreeg maandag drie jaar gevangenisstraf opgelegd en een boete van SRD 100.000, te vervangen door 10 maanden hechtenis. Kromosoeto werd daarna veroordeeld tot een celstraf van 5 jaar onder aftrek, een geldboete van SRD 150.000,- subsidiair twaalf maanden gevangenis. Dit vonnis is conform de straf, die reeds eerder was geëist door de hoofdofficier van justitie Cynthia Klein.
Frustrerend
Irvin Kanhai strafpleiter in deze zaak zei vorige week in een radio-interview, dat er een jaar lang een gerechtelijk vooronderzoek is geweest. Alles was volgens de advocaat al behandeld. Volgens hem worden advocaten vreselijk gefrustreerd door de wijze waarop zittingen in dit land gaan. “Niet alleen bij de zitting van Van Trikt merk ik dit, ook bij andere zittingen‘’, aldus Kanhai. Eerder in het requisitoir zei de hoofdofficier van justitie, dat de strafeis tegen Van Trikt gewijzigd zou worden van twaalf jaar naar tien jaar, omdat de hoofdofficier een wijziging had aangebracht in de aanvulling van het strafbare feit ‘deelneming aan een criminele organisatie’. De strafeis tegen Angnoe bleef ongewijzigd. Kanhai verklaarde eerder, dat in de zaak van zijn cliënt, er ‘’zware politieke beïnvloeding’’ is. Nadat Van Trikt was aangehouden, heeft een zakenman als lid van de RvC, gefêteerd op basis van hetzelfde project Lagarde. Dat was op 26 februari 2020 na de aanhouding van Van Trikt, zoals het Openbaar Ministerie reeds heeft bevestigd, nog een betaling in verband met project Lagarde is gedaan aan de gewezen minister van Financiën ad SRD 143 miljoen. Kanhai heeft altijd volgehouden, dat zijn cliënt nimmer nadelige contracten heeft afgesloten. Dit is ook bevestigd door het onafhankelijk rapport van Kroll.


