ABSOLUUT VEEL TE LAAT

Indien Franse gendarmes, leden van de Police National, bijgestaan door commando’s van het Vreemdelingen Legioen, er niet toe waren overgegaan om op Frans grondgebied (het departement Frans-Guyana) materieel en materiaal, bestemd voor de illegale goudwinning te confisqueren en deels te vernietigen, zou de Surinaamse overheid na 41 jaar toch niets hebben gedaan om de grenzen tussen ons land en Frans-Guyana definitief en bij verdrag vast te leggen. De acties van de Franse veiligheidstroepen en het vernietigen van materiaal en materieel dat deels toebehoort aan Surinamers uit dat gebied, heeft voor onrust in het gebied gezorgd en heeft de regering van dit land wakker geschud. Nu ineens na ruim vier decennia vanaf onze staatkundige onafhankelijkheid, ziet een Surinaamse regering noodgedwongen er de noodzaak van in om toch maar een keertje de afbakening van het territoir met in dit geval Frankrijk, voorgoed te verankeren. Had voor de coup van Bouterse in 1980 al in kannen en kruiken kunnen zijn, maar door politieke twist ging het allemaal niet door en hebben wij anno 2018, nog steeds grote onduidelijkheid over een groot deel van onze oostgrens met Frans-Guyana, om maar niet te praten over het grensconflict dat we nog steeds hebben met Guyana. Nu ineens vindt de regering Bouterse, dat ze door middel van dialoog tot een duurzame oplossing moet komen voor de onduidelijkheden die nog steeds heersen aan de oostgrens. Alvast kan gesteld worden, dat de Fransen niet eens meer willen praten over de delta liggende tussen de Litanierivier en de Marwini in het uiterste zuid-oosten. Op hun landkaarten wordt het gebied al decennialang als Frans aangegeven en hebben ze het reeds tot hun eigen natuurpark verheven. Er moeten nu goede grensbepalingen komen voor een deel van de Marowijnerivier en de Lawarivier en daar zullen wederom behoorlijke gesprekken over moeten volgen. De regering zal een grenscommissie moeten samenstellen waarin op zijn minst een geodeet, een hydroloog, een geograaf, een zeer bekwame jurist, een specialist op nautisch gebied en misschien ook een cartograaf, deel van dienen uit te maken. Voorts dient een intellectueel die het gebied goed kent, deel uit te maken van de commissie. Het is ons niet bekend of wij deze specialisten thans nog in ons midden hebben. Erudieten als dr. Ir. Franklin Essed, dr. ir. Justus Wekker, David Findlay, journalist en groot kenner van het gebied, allen leden van de voormalige grenscommissie, zijn ons inmiddels komen te ontvallen. Mr Hans Lim A Po die destijds ook deel uitmaakte van de grenscommissie, is nog in ons midden en heeft grote kennis van al hetgeen toen reeds besproken en bereikt was. We zijn nu in een ander tijdsbestek beland en de regering heeft de taak goed beslagen ten ijs te treden en mensen aan te stellen die op professionele wijze met de Fransen gaan onderhandelen over de territoriale afbakening in het oosten. Indien ze niet over kundige personen beschikt, moet ze zeker externe hulp inroepen. De oostgrens is niet zeer ingewikkeld, maar ook zeker niet eenvoudig om snel tot goede nieuwe afspraken te geraken. Het zou zeker niet onverstandig zijn indien deze regering nagaat wat aan het eind van de jaren zeventig reeds met Parijs was afgesproken. Misschien zou daarop voortgeborduurd kunnen worden. De NPK-regering van Henck Arron was toen van mening, dat hetgeen toentertijd met de Fransen was bereikt inzake de oostgrens, zeker niet als onwerkbaar kon worden gezien en zeker voor rust en vooruitgang in het gebied zou zorgdragen. Het huidige kabinet heeft nu wel de ruimte om nog voor de verkiezingen van 2020, tot een akkoord met de Fransen te geraken. De bewoners van het Oost-Suriname gebied, zullen dan ook precies weten wat Surinaams en wat Frans territoir is. Allerhande incidenten en calamiteiten kunnen dan in het vervolg voorkomen worden.