‘Sprake van gezagloosheid in ons land’

Met de toenemende criminaliteit, het morele verval en de vele problemen in haast alle sectoren, lijkt ons land wel stuurloos te zijn. Bestuurskundige August Boldewijn zegt desgevraagd dat er wel sprake is van macht in ons land, maar niet van gezag. Het project Naschoolse Opvang is hier volgens hem een goed voorbeeld van. De doelstelling van het project was om leerlingen na schooltijd te begeleiden bij hun schoolwerk, zodat hun prestaties zouden verbeteren, tevens zouden zij een maaltijd aangeboden krijgen.
De prestaties verbeterden niet, maar volgens Boldewijn was het werkelijke doel geld te verdienen. Hierdoor heeft de overheid volgens hem wel macht, maar heeft ze het gezag verloren. Macht is een beweging die van boven naar beneden gaat, terwijl gezag een beweging van onderen naar boven is. De bestuurskundige legt uit dat het bij macht gaat om meer bevoegdheden om het gedrag van een andere persoon te vergroten of te verkleinen, bij gezag gaat het om de acceptatie van de persoon over wie macht wordt uitgeoefend, acceptatie van de macht van onderen uit. Hij voert aan dat iemand die macht heeft, niet vanzelfsprekend ook gezag heeft. Hij noemt als voorbeeld iemand die macht heeft, maar alleen maar stommiteiten uithaalt, gevolg is dat zo iemand zijn gezag verliest. Boldewijn zegt dat als machthebbers geen gezag hebben, zij dwang en pressie gebruiken om hun macht uit te oefenen.
Hij geeft aan dat een groot deel van de bevolking heel wat zaken, zoals waarden en normen, niet meer accepteert, dit heeft volgens hem vooral te maken met invloeden vanuit het buitenland. Niet alleen binnen de overheid, maar ook in andere organisaties is dit zichtbaar. Boldewijn noemt als voorbeeld de recente aanval op een scheidsrechter tijdens een voetbalwedstrijd, waarbij de scheidsrechter is afgetakeld door spelers. Hij benadrukt dat een scheidsrechter in dit geval de machthebber is, aan wie gezag moet worden gegeven. Hij merkt op dat het nu ook vaker voorkomt in gezinnen, waarbij ouders geen gezag hebben over hun kinderen. Hij denkt in dit kader aan kinderen die ondanks het verbod van hun ouders om niet uit huis te gaan, toch de deur uitgaan.
De bestuurskundige zegt dat het belangrijk is dat kinderen vanaf de schoolbanken leren hoe zij om moeten gaan met macht en gezag. Dit zou in feite thuis moeten beginnen, maar gezien veel ouders geen tijd hebben vanwege een dubbele baan, moet het onderwijs deze taak overnemen. Boldewijn legt uit dat de leerling al op school geconfronteerd wordt met macht vanuit de leerkracht. Indien een leerling voortdurend protesteert tegen de leerkracht, dan is er geen sprake van gezag. Echter zegt hij ook dat de leerling ook in staat moet zijn om de leerkracht te kunnen corrigeren als er een fout wordt gemaakt. De bestuurskundige benadrukt dat er aan mentale versterking van het kind moet worden gewerkt. Hij legt dit uit door middel van een voorbeeld: “1+1=2 is het juiste antwoord, dat weet de leerling. Stel dat iemand zegt: “Als je het ermee eens bent dat 1+1= 80 is, krijg je een fiets”, dan moet de leerling in staat zijn om de persoon erop te wijzen dat 1+1= 2 is en dat hij zijn fiets mag houden. Kinderen moeten mentaal versterkt worden in de opvatting van machthebber. Dan pas worden kinderen gevormd”, aldus Boldewijn.

-door Johannes Damodar Patak-