LAK AAN DNA

We hebben het altijd gezegd en zullen het ook blijven zeggen: de NDP is geen politieke organisatie die de democratische rechtsstaat in al zijn facetten, wenst te respecteren. Deze partij met een dictatoriale inslag heeft altijd haar wil aan anderen willen opleggen en wenst zaken die ze belangrijk acht, door te drukken. Daarom is de trias politica binnen de rechtsstaat maar een hinderlijke bijkomstigheid. De wetgevende macht is voor haar niet meer dan een praatclub, waar ze maar al te graag een loopje mee wenst te nemen en gaarne geen uitleg aan geeft. Neem nou de langdurige onderhandelingen die een delegatie heeft gevoerd met vertegenwoordigers van de Alcoa over de bauxietindustrie in ons land en haar eventuele voortzetting. Nog voor de sluiting van de raffinaderij te Paranam en het stoppen van de mijnacitiviteiten van dit bedrijf, dat bijna honderd jaar een zeer essentiële bijdrage heeft geleverd aan onze economie, waren de gesprekken al gaande tussen beide partijen en kreeg De Nationale Assemblee (DNA), maar nauwelijks inzage in wat er allemaal bekokstoofd werd. Dat de Alcoa niet van plan was met de huidige wereldmarktprijzen voor aluminium nog zware investeringen in ons land te plegen, werd steeds duidelijker en dat had men Chan Santokhi, voorzitter van de VHP en wetgever, ook al in 2015 duidelijk gemaakt.Binnen deze politieke partij zag men de bui al ruim een jaar geleden hangen. Men bleeft echter het parlement in het duister houden en ging rustig door met gesprekken met de Alcoa. Op een gegeven moment presenteerde men wel plotsklaps een intentieverklaring, die getekend was met de Alcoa aan het parlement. Het stuk verdiende zeker niet de goedkeuring van het parlement en de regering met in haar kielzog de onderhandelingscommissie, liep een ongekend blauwtje. Coalitie en oppositie lieten doorschemeren zich niet achter een dergelijke intentieverklaring, gesloten door de onderhandelingscommissie en de Alcoa, te kunnen scharen en maakten daar stampei over. Bouterse deelde daarna mee de intentieverklaring in te trekken en zegde toe dat er opnieuw zou moeten worden onderhandeld met de Alcoa. Naar verluidt voelde de Amerikaanse multinational daar niet voor en zou niet bereid zijn wederom te praten over een andere regeling met Suriname. Hoe het daarna ging met de gesprekken met de Alcoa, daar werden wederom geen mededelingen over gedaan aan het parlement en alles bleef zeer wazig. Tot recentelijk de voorzitter van de onderhandelingscommissie uit de school klapte en duidelijk werd wat was afgesproken zonder consent van het Hoogste College van Staat. Dat de verontwaardiging bij het college groot is, is volkomen begrijpelijk, omdat het voor de zoveelste keer op rij op het verkeerde been was gezet en de resultaten volgens veel wetgevers absoluut niet tot voordeel van Suriname en zijn bevolking strekken. Hetgeen afgesproken is met de Alcoa, zou hoogstens tot voordeel kunnen zijn van minstens een lid van de onderhandelingscommissie en misschien wel enkele leden van de regering. De overeenkomst met de Alcoa heeft volgens vooral wetgevers van de VHP en NPS, absoluut geen voordeel voor ons land. Wat nog het meest steekt, is dat men al die tijd zaken heeft bekokstoofd zonder het parlement, de vertegenwoordiging van het volk, er daadwerkelijk en intensief bij te betrekken. Geeft weer aan, dat de NDP de volksvertegenwoordiging wanneer het haar uitkomt, desavoueert. Het is dan ook niet vreemd dat wetgevers er thans op staan dat de regering verantwoording komt afleggen in DNA over al hetgeen ze heeft afgesproken met de Alcoa en wel met betrekking tot de toekomst van de bauxietindustrie in dit land. Men heeft er schoon genoeg van dat leden van de onderhandelingscommissie mededelingen doen in met name de pers en dat de regering tot nog toe niet welwillend is geweest, het college nauwgezet te kunnen informeren met betrekking tot de gevoerde gesprekken. Het is toch wel een grove schande dat men de minister van Natuurlijke Hulpbronnen voortdurend heeft uitgesloten van het overleg met de Alcoa. Men geraakt er binnen De Nationale Assemblee steeds meer van overtuigd, dat men de volksvertegenwoordiging slechts wenst te kennen wanneer er voor de NDP belangrijke wetsproducten, die vaak inherent zijn aan gelegenheidswetgeving, moeten worden doorgedrukt. Ook Gillmore Hoefdraad, de minister van Financiën, wenst de rol van de wetgevende macht binnen de democratische rechtsstaat niet te erkennen en respecteren, gezien het feit dat hij niet op vragen wenst in te gaan en belangrijk cijfermateriaal, de financiële positie van staat rakende, niet overhandigt. Het moet voor een ieder duidelijk zijn, dat we hier te maken hebben met een hoogst ongezonde situatie die de democratie voortdurend schaadt. Wij zijn er echter van overtuigd, dat de coalitieregering van de NDP op dezelfde voet zal blijven handelen en doorregeren, omdat ze nou eenmaal geen partij is die de democratische regelgeving hoog in het vaandel draagt.