N o o d k r e e t!!! Stop de afbraak van de Surinaamse bouw- en constructie sector

In de afgelopen vijftig jaren hebben  particulieren, Surinaamse technische ondernemers- investeerders, met grote inspanningen en doorzettingsvermogen, de nationale bouw- en constructiesector op hoog technisch  niveau weten  op te bouwen. Zij hebben  in de afgelopen decennia  bijzonder grote bijdragen geleverd  in de totstandkoming van vele grote en kleine infrastructurele, bouwkundige en agrarische ontwikkelingswerken. Thans zitten zij met grote investeringen in  duurzame goederen, machines, terreinen, gebouwen  en gekwalificeerd technisch- en administratief personeel, veelal zonder opdrachten, in grote zorgen over niet te vermijden forse inkrimpingen van personeel, met de dreiging van bedrijfssluitingen en het doodbloeden  van de sector.

Behalve dat deze sector, indien het goed wordt ingezet, landelijk aan  minimaal tienduizend gezinnen een goed inkomen verschaft –in het bijzonder ook door  creatie van arbeidsplaatsen voor  hoger- en  middenkader en overige geschoolde- en getrainde  vaklieden — kan  bij  dit aantal  nog  eens een 10 duizend  arbeidsplaatsen van alle toeleveringsbedrijven behorende bij deze sector worden  opgeteld.

De bouw- en constructiesector is, zoals dat overal ter wereld het geval is ,voor een belangrijk deel  afhankelijk  van de  middels overheidsaanbestedingen uit  te voeren  werken. Op deze wijze wordt een deel van de door de belastingbetalers opgebrachte middelen, gecombineerd met buitenlandse schenkingen en leningen, geïnvesteerd in ontwikkelingsprojecten  zoals  de uitvoering van infrastructurele  werken (wegen, bruggen, sluizen, gemalen, inpolderingswerken voor de landbouw, veeteelt, aanleg van  industrieterreinen etc.), bouwkundige- en onderhoudswerken (waaronder voor onderwijs, gezondheidszorg en woningbouw).  D.w.z  voor  het leggen van de basis voor  ontwikkeling van  economische productie.

Immers geldt: eerst verdienen door middel van productie,……. Dan uitgeven voor consumptie.

Daarnaast had deze  sector ook nog  vele jaren de mogelijkheid om  regelmatig, middels  aanbestedingen, grote en kleine projecten uit te  voeren voor de toen hier te lande  gevestigde  multinationale en andere productiebedrijven zoals:  Stichting  Machinale Landbouw te Wageningen  voor de rijstbouw, Bruynzeel Suriname  Houtmaatschappij, H.V.A.voor oliepalmteelt te Phedra, Victoria en Patamacca,  met een spijsolie raffinaderij te Victoria,  voorts de  suikeronderneming Marienburg,  Para  Industries te Paranam,  bauxietwinning: Billiton/Suralco  en  aluinaarde  raffinaderij  Suralco ( Alcoa). Helaas  zijn al de genoemde  zeer  gediversifieerde  in Suriname gevestigde  en ontwikkelde productie  industrieën voor de economie van Suriname in de afgelopen 35 jaren op  onbegrijpelijke  manier  voor het  land verloren gegaan.  Hiermede is tevens een  groot  deel  van de opdrachtgevers  van de bouw- en constructiesector  verdwenen, waarbij  er onvoldoende  alternatieven  in de plaats zijn  gekomen. Slechts zijn te noemen Staatsolie en de grootschalige goudwinning.

Ook moet opgemerkt worden dat regelmatig ook buitenlandse aannemers zijn aangetrokken voor het uitvoeren van werken door de multinationals, met lokale aannemers als sub-contractors. Daarnaast zijn buitenlandse aannemers vaker ook gezegend met lucratieve contracten door overheid en staatsbedrijven.

Het is  daarbij wel frappant en opvallend,  dat nu de situatie in Suriname voor deze sector weer bijzonder  penibel  is geworden, deze buitenlandse  aannemers weer  met de noorderzon  zijn vertrokken  en in deze zeer moeilijke  tijden  niet bereid zijn het land  Suriname aannemersfinanciering  voor ontwikkelingswerken, aan te bieden.  Zij hebben in de loop der tijden steeds, wanneer de Surinaamse  economie  in problemen was geraakt, dit gedrag vertoond door  weg te sluipen. Steeds hebben ze  getoond geen vertrouwen  te hebben in de Surinaamse  overheid en daarom alleen op cash-basis te werken. Als ze uit het land vertrekken hebben zij tot de laatste  cent ontvangen. Zulks terwijl de Surinaamse bouw-  en constructiesector elke keer geduld  heeft moeten  betrachten en schade moest lijden als gevolg van de ernstig verlate betalingen.  Dat doet zij nu wederom  en is ook weer bereid financiële risico’s te lopen via het samen met de Surinaamse banken aanbieden van voorfinanciering voor uit te voeren werken.

Op het moment de economie  door onze eigen inspanningen weer  hersteld is, verschijnen de buitenlandse bedrijven wederom ten tonele om de krenten uit de Surinaamse pap te halen. Telkens  worden zij dan via onderhandse super dikbeloonde contracten, binnengehaald. Een zeer bedenkelijke, verfoeilijke zaak!

De overheid  heeft, onder druk van de heersende financiële en monetaire  omstandigheden  besloten een bezuiniging op de begroting door te voeren waarbij vrijwel alle uit de landsbegroting uit te voeren ontwikkelingsinvesteringen zijn aangehouden en hoofdzakelijk overheids personele en materiële uitgaven worden  gecontinueerd. Het resultaat is dat in de particuliere bouw en constructiesector en de toeleveringsbedrijven  grote aantallen ontslagen vallen.  D.w.z. de ontslagen als gevolg van het ‘eigen’  aanpassingsprogramma dat de overheid thans uitvoert, vallen uitsluitend in gezinnen buiten de sfeer van de overheid.

Op de overheid wordt een zeer dringend beroep gedaan om deze afbraak van de eigen Surinaamse bouw- en constructiesector te stoppen en de sector die plaats te geven die ze verdient. Dit vanuit de zekerheid, dat deze Surinaamse sector volledig competent is  om alle  in Suriname uit te voeren  projecten of  werken, groot of klein,  met  onze  eigen  ingenieursbureaus, bouw-  en constructiebedrijven op elk gebied  zoals: civiele bouw, waterbouw, bouwkunde, cultuurtechniek, elektrotechniek en toeleveranciers, waar nodig met inschakeling van specialistische internationale expertise, volledig  sleutelklaar te bouwen,  tegen  fors lagere kosten dan  een buitenlandse firma.

Een  n o o d k r e et…..,overheid, laat deze moeizaam opgebouwde sector met een heel groot arsenaal aan , technisch kader en potentieel aan overige arbeidsplaatsen, met grote investeringen in  duurzame goederen (machines, terreinen, gebouwen) niet verder kapot gaan.

Bij het gebruiken van de ruimte recent geschapen door verhoging van het leningenplafond  is de overheid verplicht om openstaande schulden op een rechtvaardige manier geleidelijk af te lossen (de oudste schulden eerst!). Zoals eerder aangehaald is er bereidheid om binnen de mogelijkheden waarover de sector, in samenwerking met het bankwezen, kan beschikken,  uitvoeringskredieten te verschaffen voor het weer en breder op gang brengen van de bouw- en constructiesector. Daarmede het verlies van arbeidsplaatsen en kapitaalvernietiging een krachtig halt toeroepen!

Ingezonden

Een voortrekker van Surinaams ondernemerschap en nationale productie,

Waldo N.P. Ramdihal

(Initiatiefnemer/oprichter en eerste voorzitter van de Associatie van Surinaamse Fabriekanten ASFA)