June 6, 2020


Het meisje met kraaltjes in het haar


June 6, 2020

Suriname na de verkiezingen

Niet iedereen geloofde in een goede afloop. Ik had er vertrouwen in dat Suriname definitief de periode van de staatsgreep, de militaire dictatuur en de hegemonie van de NDP en haar voorman, achter zich zou laten. De peilingen wezen het al uit, al waren er twijfels over de betrouwbaarheid ervan, maar de overwinning van de oppositie kon niet uitblijven. De meeste Surinamers begrepen dat het zo niet langer kon en dat een nieuwe regering nodig is om uit de crisis te geraken. Het electoraat heeft op 25 mei gekozen voor een democratisch en rechtvaardig Suriname waarin men woont, naar school gaat en werkt in welvaart en welzijn. Waarin het meisje met kraaltjes in het haar, een opleiding afrondt en een goede baan vindt. Om dat te realiseren, moet enorm veel werk verzet worden. Er was veel rumoer en ruis rond de organisatie van de verkiezingen. De afronding duurde lang. Onder het toeziend oog van veel belanghebbenden werden de laatste gegevens verwerkt en tellingen opnieuw gedaan in het Nationaal Indoor Stadion, voorheen de Anthony Nesty Sporthal. Het proces was bijna dag en nacht te volgen op televisie en sociale media. Om begrijpelijke redenen zijn Surinamers wantrouwend geworden, bijna paranoïde, door de regering die nu moet opstappen. Dikwijls onschuldige handelingen leidden tot bange vermoedens en complottheorieën over fraude bij de verkiezingen. “De doos is niet goed dichtgeplakt … Ze brengen dozen naar buiten … Hij gaat mensen omkopen … Er komt een noodtoestand … Hij laat zich niet zomaar wegzetten …” Er werd opgewonden verslag van gedaan. Gekibbel tussen het Onafhankelijk Kiesbureau, het ministerie van Binnenlandse Zaken en het Centraal Hoofdstembureau, werd breed uitgemeten in de media. Terugkijkend mag evenwel worden geconcludeerd, dat de verkiezingen redelijk geordend en in goede sfeer zijn verlopen. Die mening waren ook de onafhankelijke waarnemers toegedaan, hoewel de afronding ook volgens hen veel te lang duurde. COVID-19 werd ten onrechte als excuus gebruikt. Het was mooi om te zien hoe de Surinaamse bevolking, die hunkert naar betere tijden, de uitslag van de verkiezingen beschouwt als een bevrijding. Met de verkiezingsoverwinning van de oppositie, straks de regeringscoalitie, wordt een donkere periode in de geschiedenis van Suriname afgesloten en wordt de deur opengezet naar een betere toekomst. De vier oppositiepartijen hebben zich snel verenigd, de plannen in grote lijnen uitgestippeld en deze tijdens een persconferentie met de pers en het Surinaamse volk gedeeld. Het is te hopen dat De Nationale Assemblee de president zal benoemen, ook al heeft de nieuwe coalitie geen twee derde meerderheid in het parlement. VHP-voorzitter Chan Santokhi – de beoogde nieuwe president – verwacht terecht dat de NDP zal meewerken aan benoeming van de president door De Nationale Assemblée, zoals de VHP dat in 2015 deed. Dan is geen tijdrovende en kostbare bijeenroeping van de Verenigde Volks Vergadering nodig. De nieuwe regering zal ingrijpende en dikwijls pijnlijke maatregelen moeten nemen om de omstandigheden te creëren voor een weer opgaande lijn. Er zal hard gewerkt moeten worden door alle Surinamers om dat te bewerkstelligen. De zorgen zijn groot. Sommige structurele problemen bestaan al tientallen jaren en worden door iedereen onderkend, maar geen enkele regering durfde de vingers eraan te branden. Men speelde liever voor Sinterklaas, waardoor alle spaarpotten werden geleegd en alle reserves werden opgemaakt. Het vraagt veel moed van de nieuwe regering om niet langer om de hete brei heen te draaien en hiermee voortvarend aan de slag te gaan. Wat is ten minste vereist? Corruptie en nepotisme moeten hard worden bestreden. Personen met een strafblad mogen niet meer werken voor de overheid of op een hoge positie bij een bedrijf. De overheid hanteert voortaan realistische begrotingen zonder grote tekorten. Burgers betalen in de toekomst reële tarieven voor brandstof, energie en water, zonder overheidssubsidie. De belastingwetgeving wordt gemoderniseerd, omzetbelasting wordt ingevoerd en de heffing en inning van belasting worden verbeterd, met name bij personen en bedrijven die nu illegaal en zwart werken. Om de productiviteit te verhogen zal het grote aantal nationale feestdagen waarop niet gewerkt wordt, moeten worden verminderd. De staatsschuld moet worden gesaneerd en geherstructureerd. Baten uit olie en goud worden zo mogelijk in een fonds voor investering en ontwikkeling belegd. Maar daarmee zijn we er nog niet. Het overheidsapparaat en de parastatale bedrijven moeten worden gereorganiseerd. De nieuwe coalitie had kunnen besluiten om het aantal ministeries te reduceren, maar voegt twee ministeries en twee onderministerposten toe. De media schamperen over de ‘stoelendans’. Het is jammer dat de toewijzing van posities voorafgaat aan het formuleren van het regeringsbeleid en het uitwerken van het crisismanagement voor de komende maanden. Dat is een gemiste kans. Naar schatting kunnen zeker 20.000 ambtenaren en parastatalen afvloeien en na een omscholing in het bedrijfsleven aan de slag gaan. Staatsbelangen moeten worden afgestoten, tenzij deze – bij hoge uitzondering – van strategisch belang voor de Surinaamse overheid zijn. De twee kleine onrendabele staatsbanken kunnen worden ontmanteld. Er zijn voldoende andere banken in Suriname, die het beste functioneren zonder overheidsbemoeienis, maar wel onder deugdelijk toezicht van een adequaat werkende en betrouwbare centrale bank. Er zal flink gesneden moeten worden in de stroperige klantonvriendelijke bureaucratie, zodat burgers en ondernemers de ruimte krijgen om te werken en te ondernemen. De controle-instituten worden in hun functioneren hersteld zodat zij de overheid en de bedrijven kunnen controleren. Wanneer de nieuwe regering integriteit en bestrijding van witwassen en crimineel geld serieus neemt, stimuleert zij onderzoek naar de wijze waarop vermogende Surinamers hun kapitaal hebben vergaard. Met deze noodzakelijke doelstellingen in gedachten, wordt de nieuwe regering geconfronteerd met een lastig dilemma. Het spreekt voor zich dat een regering die corruptie wil bestrijden en voorvechter is van een integere en transparante overheid, geen bewindslieden kan aanstellen met een strafblad of een ernstig beschadigde reputatie. In deze fase van de ontwikkeling van Suriname, is het van groot belang om voldoende tegenwicht te bieden aan de oude regeringspartij. Daarvoor moeten helaas concessies worden gedaan, en is samenwerking met partijen die worden geleid door personen met een kras op het blazoen, onvermijdelijk. Laten we hopen dat dit van tijdelijke aard is en dat in de toekomst personen die niet voldoen aan integriteitsnormen, uitgesloten worden van functies in de politiek en het openbaar bestuur. Suriname is te lang een risee van de internationale gemeenschap geweest. Het lijkt mij evenmin gewenst dat personen op hoge leeftijd nog een positie als minister ambiëren of daarvoor gevraagd worden. De initiatieven van veel jonge Surinamers in de afgelopen jaren zijn van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van de publieke opinie. Zij organiseerden de protesten, soms als eenling, en mobiliseerden brede lagen van de bevolking tot verzet tegen de regering. Helaas zijn de nieuwe jonge politieke partijen hiervoor niet beloond bij de verkiezingen met één of meer zetels in het parlement, maar het belang van hun inzet kan alleen maar worden onderschat. Aan de andere kant, veel stemmen voor een groot aantal kleine partijen zouden de VHP de overwinning kunnen hebben gekost en zouden tot versnippering van het politieke landschap hebben geleid. Terug naar de man op hoge leeftijd, de voorman van PL. Tijdens de viering van het 21-jarig bestaan van de partij in 2019, zei hij dat hij zich voorbereidde op overdracht omdat de jongeren het van de ouderen moeten overnemen. Hij zou de partij nog wel ondersteunen, maar het grote werk overlaten aan de jongeren. Het lijkt er nu op dat hij op 77-jarige leeftijd toch minister wordt. Dan is hij zijn uitspraken in 2019 waarschijnlijk vergeten, misschien door zijn hoge leeftijd. Even belangrijk als het daadwerkelijk ten uitvoer brengen van alle goede beleidsinitiatieven, is duidelijke informatieverschaffing van de overheid aan het volk. We weten op dit moment niet hoe Suriname er voor staat. Ja, het gaat slecht, maar welke gegevens over de overheidsfinanciën zijn nu eigenlijk beschikbaar en betrouwbaar? Welke cijfers worden gecontroleerd door de rekenkamer of accountants? De precieze details zullen pas bekend worden nadat de nieuwe coalitie de financiële beerputten heeft geopend. Ik heb dikwijls aandacht gevraagd voor de centrale bank die al jaren geen cijfers publiceert omdat zij in feite failliet is en op de been wordt gehouden door de kasreserves van de algemene banken, waarvan een deel is gestolen door de overheid. De centrale bank zou in alle jaren na 2014 verlies hebben gemaakt. Mijn verwachtingen van de nieuwe governor waren hooggespannen, maar hij heeft mij teleurgesteld. De Centrale Bank publiceerde een verkorte balans van 22 mei, die veel vragen oproept. Deze vragen worden niet of onbevredigend beantwoord. Waarom nemen de vorderingen op de overheid in één week, net voor de verkiezingen, toe met ruim 6 miljard SRD? Waarom neemt de post gebouwen en inventaris in één week af met ruim 800 duizend SRD? Waarom worden grote bedragen geboekt als diverse rekeningen, onder activa 1,7 miljard SRD en onder passiva 2,7 miljard SRD, zonder enige toelichting? Het lijkt erop dat de transacties waarvoor de procureur-generaal de minister van Financiën voor de rechter wilde slepen, de verkoop door de overheid van goud-royalty’s en panden aan de centrale bank, halsoverkop worden teruggedraaid en dat door ‘consolidatie van de staatsschuld’ weer ruimhartig monetair wordt gefinancierd. En waarom presenteert de bank een positief eigen vermogen van ruim 100 duizend SRD, terwijl het een publiek geheim is dat de bank de afgelopen jaren grote verliezen heeft geleden en in feite failliet is? Waar verstoppen de creatieve boekhouders de verliezen in de balans? Met deze cijfers wordt het Surinaamse volk ernstig misleid. De overheid zal het volk ook goed moeten uitleggen waarom bepaalde maatregelen nodig zijn om de financiële huishouding van Suriname op orde te krijgen en de economie te stimuleren. Surinamers zullen niet direct nadat de nieuwe regering aantreedt meer geld in hun portemonnee krijgen. De Surinaamse dollar zal niet onmiddellijk meer waard worden. Er zal niet meteen meer werkgelegenheid zijn. De woningnood en het achterstallige onderhoud zullen niet snel zijn weggenomen. Dat vraagt veel tijd, aandacht en verstandig beleid. Hoe beter dat uitgelegd wordt aan het volk, hoe meer begrip men ervoor kan opbrengen dat het daardoor uiteindelijk goed zal komen met het land. Omdat er zo veel onduidelijk is over de overheidsfinanciën en de mate van monetaire financiering, sluit ik niet uit dat de Surinaamse dollar in de loop van het jaar nog minder waard wordt. Dat is dan niet de schuld van de nieuwe regering maar is te wijten aan de oude regering. Begrijp mij goed, ik ben positief en optimistisch gestemd. Het was mooi om te zien hoe de partijleiders van de nieuwe coalitie bij de proclamatie over hun samenwerking, plannen en ambities, veel enthousiasme uitstraalden en de wil om samen met hun achterban te bouwen aan het Suriname van de toekomst. Vergeet ook niet dat de verkiezingen volgens het districtenstelsel, een vertekend beeld opleveren en in het voordeel werken van partijen met aanhang in het binnenland. Het kiesstelsel volgens districten is nodig aan herziening toe. Voor een zetel namens het district Coronie waren zo’n 800 stemmen nodig, voor een zetel namens het district Wanica meer dan 10.000. Beide zetels in Coronie zijn voor de NDP. De NDP behaalde landelijk minder dan een kwart van de stemmen maar krijgt daarvoor bijna een derde van de zetels in De Nationale Assemblee. Het pak slaag voor de NDP was dus nog groter dan uit het aantal zetels blijkt. Het draagvlak onder het volk voor de nieuwe coalitie, met twee derde van de stemmen, is groot. Toen ik mijn boek: ‘Een bank in Suriname – Pe a moni de?’ schreef, vroeg ik mij af welke kansen het meisje met kraaltjes in het haar zou hebben. Vrijwel elke morgen passeerde ik haar bij aankomst op het hoofdkantoor van De Surinaamsche Bank. Ik vermoedde dat ze de dochter was van een medewerker van de bank, die met haar vader of moeder in de auto meereed naar het hoofdkantoor en daarvandaan naar school liep. Ze droeg een schooluniform, jeans en een groen-wit geruite bloes. In haar gevlochten haar had ze gekleurde kraaltjes. Ik ben nu veel optimistischer over haar kansen dan enkele jaren geleden. De nieuwe coalitie geeft mij het vertrouwen dat een mooie toekomst voor Suriname in het verschiet ligt, waarin het volk met plezier en in goede gezondheid leeft in een meer welvarende en rechtvaardige samenleving. Misschien zit het meisje inmiddels op de middelbare school. Ik hoop en wens haar toe dat zij haar opleiding afmaakt, een goede baan vindt en een gelukkig leven leidt. Laat het meisje met kraaltjes in het haar representatief zijn voor het Suriname van de toekomst. H.M.

Dagblad DE WEST,

Dagblad uit en voor Suriname ,

Paramaribo, Suriname

Mr. J.C. De Miranda Street, Paramaribo # 2-6

+(597) 471249