May 21, 2019


Burgers eisen RvB terug ‘Rechtsgeweten president gebrekkig ontwikkeld’


May 21, 2019

“Krom, verwrongen en blijk gevende van een ernstig gebrekkig ontwikkeld rechtsgeweten van de regeringsleider Desiré Bouterse, indien hij stelt dat wat hem betreft, de intrekking van de Wet Rij- en Voertuigenbelasting als een gepasseerd station en afgedane zaak moet worden beschouwd”, aldus drs. Anand Biharie van Stichting CPAS. Biharie: “Ik breng in herinnering, dat de regering in december 2016 met een speciaal daartoe verleende machtigingswet van De Nationale Assemblee (DNA), een lening van US-dollar 235 miljoen met de Export Import Bank of China is aangegaan. Daarover vermeld de Memorie van toelichting – dat er sprake is van een zogenaamde ‘Suriname National Infrastructure Project (Dalian 4)’ – van de machtigingswet het volgende: Lot A voorziet in de aanleg van een deel van de Highway tussen Paramaribo en Zanderij met een lengte van 10,3 kom alsmede de bouw van een tweetal bruggen t.w. in de Van ’t Hogerhuysstraat en te Bekkhuizen. Lot B omvat een wegconstructieprogramma waarbij verschillende wegen in Paramaribo, Wanica, Para, Brokopondo, Marowijne en Saramacca zullen worden ontworpen. De totale kosten voor dit project belopen op tot een bedrag van USD 235 miljoen (tweehonderd vijf en dertig miljoen Amerikaanse dollar). Zie Wet van 12 december 2016, ‘machtigingswet’, S.B. No. 148. Het is ook van belang te weten, dat er minimaal SRD. 1.762.500.000,00 (één miljard zeven honderd tweeënzestig miljoen en vijfhonderd duizend gulden) is geleend en daarnaast de regering elk jaar minimaal de volgende bedragen aan ‘government take’ (vrij vertaald: brandstofbelasting conform het doel en de strekking van de Wet Verbruiksbelasting Motorbrandstoffen) binnenkrijgt. Verbruiksbelasting op motorbrandstoffen (volgens de relevante begrotingsvoorstellen): 2016: SRD. 745.000.000,00 (zeven honderd en vijfenveertig miljoen Surinaamse Dollar) 2017: SRD. 600.000.000,00 (zes honderd miljoen Surinaamse Dollar) 2018: SRD. 300.000.000,00 (drie honderd miljoen Surinaamse Dollar) 2019: SRD. 147.085.000,00 (één honderd zevenenveertig miljoen en 85 duizend Surinaamse Dollar). Frappant en eerder paradoxaal is het feit, dat de regering ervan uitgaat, dat de staatsinkomsten op grond van de Government Take/Brandstofbelasting omlaag gaan, terwijl het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) en het Planbureau een substantiële toename van het bruto binnenlands product (zeg maar het inkomen dat wij in Suriname verdienen) rapporteren. Ook vertelt de minister van Financiën sinds 2016 dat de economie groeit. In Suriname geloven sommige mensen dat de staatsinkomsten dalen, terwijl de economie floreert. Krom! Kortom, we mogen er gemakshalve van uitgaan dat de regering vanaf 2016 meer dan 3,5 miljard SRD heeft kunnen besteden aan de aanleg en het onderhoud van wegen. Het is mijn mening dat de regering ruim voldoende geldmiddelen heeft voor de vereiste aanleg en onderhoud van wegen, los daarvan merk ik relatief weinig van de daadwerkelijke aanleg en onderhoud van de wegen. Terugkomend op de uitspraak van de regeringsleider dat hij de intrekking van de Wet Rij- en Voertuigenbelasting als een gepasseerde en afgedane zaak beschouwd, het volgende: zoals gezegd, hij brengt daarmee tot uitdrukking dat hij geen respect heeft voor de wet en het recht. De rechtmatigheid van de wet is aan de hoger beroepsrechter ter beoordeling voorgelegd en zolang daarvan sprake is, zal de regering geen bevoegdheid hebben de wet te handhaven gegrond op het rechtsbeginsel dat het gehouden is zich te onthouden van het veroorzaken van onomkeerbare gevolgen. Bovendien de rechtsgrond om de zaak bij de rechter aanhangig te maken is gelegen in een beroep op rechtsbescherming vanwege de (dreigen) aantasting van de beschermde belangen van de burgers van Suriname zoals is geregeld in verschillende mensenrechtenverdragen (ik verwijs hierbij naar het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten van de Verenigde Naties en het Inter-Amerikaans Verdrag van Mensenrechten van de Onafhankelijke Staten van Amerika (de OAS). Het voorgaande zal betekenen dat de wettelijke voorschriften waartegen de Stichting Centre for Public Affairs Suriname in beroep is gekomen bij rechterlijk oordeel onverbindend zal worden verklaard vanwege het niet-verenigbaar zijn (anders: ‘in strijd zijn met’) van deze regelingen met de zogenaamde ieder verbindende bepalingen met als rechtsgrondslag artikel 106 van de grondwet. Daarnaast is bij de rechter de zaak in beoordeling gegeven om de wettelijke voorschriften van de Wet Rij- en Voertuigenbelasting buiten toepassing te verklaren vanwege het feit dat ze als ongeoorloofd moeten worden aangemerkt omdat ze in strijd zijn met de grondrechten zoals is bepaald in Hoofdstuk V van de Surinaamse grondwet, met als rechtsgrondslag artikel 137 van de grondwet. Een dieperliggende rechtsgrond voor de onrechtmatigheid van de Wet Rij- en Voertuigenbelasting is gelegen in het feit dat de regering willens en wetens strijdig handelt met de positieve en negatieve verplichtingen voortvloeiend uit de zorgplicht verbonden aan de grond- en mensenrechtenbepalingen. Dat doende, namelijk een aantasting van de beschermde belangen is een onrechtmatige overheidsdaad. Welnu, op grond van al hetgeen in het bovenstaande is uiteengezet, lijkt het mij niet alleen logisch, maar veeleer eveneens rechtsgeldig te oordelen dat het standpunt van de regeringsleider als onhoudbaar heeft te gelden. Respect voor wet en recht moet ons allen binden, en als De Nationale Assemblee en de regering falen de beschermende belangen van de burgers te dienen dan is het aan de rechterlijke macht gelegen de vereiste rechtsbescherming te bieden. We wachten het oordeel van de hoger beroepsrechters af. Zoals het rechtsgevoel van de burgers hen heeft gedwongen geen gevolg te geven aan de betalingsplicht voortvloeiend uit de Wet Rij- en Voertuigenbelasting, persisteert Stichting CPAS in de vastberadenheid en volharding het rechtsbelang van de burgers te dienen en de uitspraak te handhaven dat zolang de zaak bij de rechter aanhangig is er geen betalingsplicht bestaat! Los van het bovenstaande, is er een initiatiefwetsvoorstel van enkele oppositieleden bij De Nationale Assemblee in behandeling gericht op intrekking van de Wet Rij- en Voertuigenbelasting. Laten we uitkijken naar het tot uitvoering komende rechtsgeweten dat als leidraad moet hebben het respect hebben van de beschermde belangen van de burgers van Suriname. Aanvullend wordt opgemerkt dat er momenteel door Stichting CPAS op verzoek van Faried Pierkhan een procedure in voorbereiding is tot het namens belanghebbenden terugvorderen van de betaalde belasting die zij op grond van de Wet Rij- en Voertuigenbelasting hebben betaald. Daartoe zijn er minimaal vier rechtsgronden c.q. rechtsgrondslagen aanwezig waarop de terugvordering gebaseerd zal zijn. De wil van de regeringsleider wijkt af van de wil van de burgers van Suriname, aldus Biharie.