May 18, 2019


BAAS IN EIGEN HUIS?


May 18, 2019

Op 25 november 1975 werd Suriname staatkundig onafhankelijk van Nederland. Staatkundig werden we onafhankelijk, maar economisch weerbaar zijn we sinds deze voor ons land zo belangrijke datum nog steeds niet geworden. We hebben na 43 jaar nu wel het gevoel dat we steeds afhankelijker worden van het buitenland en de externe leningen om niet helemaal in het financieel-economisch moeras  weg  te zinken. Voor honderden miljoenen staan we bij buitenlandse financieringsinstanties in het krijt en niet in het minste bij een land als China.  Het is wel opgevallen hoe vaak wij bij de Chinese regering aankloppen voor de ene na de andere lening. Het is daarom niet verbazingwekkend, dat  er al maanden zes Chinese hektrawlers hier voor de kust voor anker liggen met de bedoeling dat Suriname ze een visvergunning zal verstrekken om in onze wateren te gaan vissen met enorme visnetten. Het gaat, zoals eerder vermeld, om fabrieksschepen die onze visbestanden op onbeschrijflijke wijze schade zullen berokkenen. Het moet duidelijk zijn dat deze schepen die hier vertegenwoordigd worden door  Ros National Fishery N.V.,  niet in aanmerking kunnen komen voor de beoogde vergunningen, omdat ze niet aan onze regels binnen de visserij voldoen. Ex-minister Soerdjan die thans van Landbouw, Visserij en Veeteelt naar Regionale ontwikkeling, Grond-en Bosbeheer is verkast, had al aangegeven geen vergunningen voor deze schepen te zullen verlenen, omdat ze absoluut niet aan de in ons land geldende voorwaarden voldoen.  Maar ja, Soerdjan is geen minister meer op Landbouw, Visserij en Veeteelt en daar mag Rabinder Parmessar nu de beslissing gaan nemen om wel of geen vergunningen voor deze schepen te verlenen.  Ros National Fishery N.V. heeft als directeur de Chinees Xiaoxi Zhang en als onderdirecteuren  Pengel Wendel Dayan en Rayan Wiresh Dharveen Khedoe. De N.V. staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken.  De gehele visserijsector is thans razend benieuwd wat voor beslissing Parmessar  zal nemen en of hij het Surinaamse belang zal schaden in het voordeel van de Chinese vissers.  Wat ons zeker niet zal verbazen, is als er toch op een fromu manier vergunningen zullen worden verleend ten nadele van de gehele Surinaamse visserij. Het zou ons niet verbazen als er achter de schermen continu wordt gelobbyed om alsnog het belang van deze vreemde mogendheid te behartigen en onze belangen voor de zoveelste maal te grabbel te gooien. Binnen de visserijsector worden er wel verwoede pogingen ondernomen om de fabrieksschepen constant te volgen en gelijk door te geven als ze toch zo brutaal zijn op illegale wijze de netten uit te gooien. Suriname heeft in het verleden gediend als een wingewest en na de staatkundige onafhankelijkheid was het zeker de bedoeling niet langer te fungeren als wingewest. Maar wat we thans zien gebeuren, is dat een andere mogendheid tracht ons die status wederom op te dringen en daar moet verzet tegen komen. We kunnen niet onze natuurlijke hulpbronnen voor een habbekrats laten plunderen, omdat een regering toevallig op zwart zaad zit. De regering moet nu laten zien dat ze het belang van dit land en volk dient, daarvoor is haar tot twee keer toe mandaat verleend. Ze mag op geen enkele wijze dit land overgeven aan een nieuwe hegemonist uit het verre oosten. Ze kan nu een goed voorbeeld stellen door de hektrawlers te sommeren de Surinaamse wateren te verlaten en niet meer terug te komen. We willen de regering ook vragen of het waar is dat ze voor een bedrag van 250 miljoen dollar, een lening wil aangaan met de Chinese regering voor modernisering van de Johan Adolf Pengel luchthaven te Zanderij en dat de Chinezen een clausule in het contract wensen, dat indien Suriname niet in staat is het geleende bedrag volgens de vooropgestelde afspraken inclusief de rente terug te betalen, dat onze nationale luchthaven totaal in handen en beheer van de Chinezen zal vallen. Wij zouden het zeer op prijs stellen indien de regering op deze vraag door ons gesteld, ingaat of zal antwoorden op vragen van wetgevers die zeker zullen worden gesteld naar aanleiding van dit regeringsvoornemen. Guyana moet een dergelijk contract met de Chinezen hebben getekend, maar zal gezien de enorme olievoorraden die voor zijn kust zijn aangeboord, zeker geen problemen hebben bij de terugbetaling van een miljoenenlening. Suriname heeft die financiële speelruimte op dit moment zeker niet en dus is het incorporeren van een dergelijke clausule ongewenst en zelfs misdadig als we die toestaan. Tot slot willen we de regering erop wijzen, dat Suriname van ons is en dat we niet kunnen tolereren dat andere mogendheden  ons wederom op nadrukkelijke wijze de baas komen spelen. We zien toch wat er nu in het eens zo machtige en rijke Venezuela gebeurt?