April 8, 2019


Foto: Ivan Summerville

Bonden RGD willen rust in de tent


April 8, 2019

De Bond Personeel bij de RGD (BPRGD) en de Vereniging van Regionale Artsen (VRA), willen rust in de tent bij de Regionale Gezondheidsdienst (RGD). Al geruime tijd is de RGD in opspraak vanwege een intern conflict binnen de directie. In een artikel in De West van afgelopen vrijdag onder de kop: Situatie bij RGD dreigt te escaleren, staat dat het medisch dossier van een RGD-medewerker in het openbaar is besproken.
VRA-voorzitter Bobby Ramautar, hekelt het dat een medisch dossier van een medewerker door RGD-directeur Edwin Noordzee, besproken is. Een medicus heeft geheimhoudingsplicht en daarom kan de directeur hooguit een attest onder ogen gehad hebben. “De werkgever kan nooit ter beschikking komen van een medisch dossier van een werknemer”, zegt Ramautar, die zelf ook arts is. Volgens hem wordt indirect de medicus beschuldigd om informatie van een patiënt te delen met de werkgever.
Robby Berenstein, voorzitter van BPRGD, is niet te spreken over de manier waarop RGD-onderdirecteur Reita Hasnoe het personeel en de bond betrekt bij haar persoonlijke vete met RGD-directeur Edwin Noordzee.
Hij geeft aan dat Hasnoe degene is die onrust zaait bij de RGD. Hasnoe om een reactie gevraagd, geeft aan geschokt te zijn dit te horen. Zij geeft aan dat zij in een brief d.d. 3 april, de bond nimmer heeft besproken. De onderdirecteur vraagt zich af hoe de bond over de brief te weten is gekomen, aangezien het om correspondentie gaat tussen haar, Noordzee en het bestuur van RGD. In de brief waar de krant inzage in heeft gehad, stelt Hasnoe het bespreken van het medisch dossier van een medewerker aan de orde en wijst zij de directeur op het niet richtig en consistent voeren van zijn beleid.
Naarendorp benadrukt dat de bond niets te maken heeft met de onderdirecteur en dat ook het personeel niets met haar te maken wil hebben. “Ze verpest de hele sfeer binnen de RGD.” Hij hoopt niet dat Hasnoe het zover brengt dat de bond genoodzaakt zal zijn om zich te distantiëren van haar. Volgens hem desavoueert ze een ieder van directie tot personeel. Naarendorp merkt op dat Hasnoe constant bezig is om valse informatie te delen met de samenleving. Hij geeft aan dat de bond haar niet nodig heeft en vooralsnog geen reden ziet om zich te keren tegen Noordzee. Hasnoe geeft aan dat zij slechts als medeverantwoordelijke van RGD, misstanden heeft aangekaart bij de waarnemend directeur en het bestuur.
Zowel Ramautar als Naarendorp geven aan dat Noordzee geen moeilijk mens is en de ruimte moet krijgen om zijn projecten uit te voeren in belang van de gemeenschap.

-door Johannes Damodar Patak-