Extra beveiliging hooggeplaatsten niet nodig

Volgens bestuurskundige August Boldewijn, is het niet nodig dat hooggeplaatsten, waaronder ministers en assembleeleden, extra beveiliging krijgen. Recent heeft een assembleelid voorgesteld om hooggeplaatsen extra te beveiligen om ze zo te beschermen tegen criminaliteit. Onlangs zijn de Abop-parlementariërs Diana Pokie en Dinotha Vorswijk, het slachtoffer geworden van roofovervallen.
Boldewijn zegt dat rovers niet altijd weten wie er ergens woont. Zij vallen aan om aan goederen te komen. Hij ziet daarom geen reden om puur hierom de beveiliging van parlementariërs en hooggeplaatsten te intensiveren. Boldewijn wijst erop dat de president, vicepresident en minister, een zekere mate van beveiliging genieten van de veiligheidsdiensten en dat het daarom niet nodig is om die te verscherpen.
De veiligheid die moet komen, moet niet beperkt worden tot alleen de hooggeplaatsten, maar de hele samenleving behelzen. Dit moet de politie zien te organiseren. “Parlementariërs zijn bevoegd om een wapen te dragen als zij dat hebben aangevraagd. Dit is al een middel voor beveiliging dat de bevolking niet heeft. Misschien maken zij er geen gebruik van, maar het is er wel”, stelt Boldewijn.

Voorts merkt hij op dat extra beveiliging, ook extra uitgaven betekent en dat de begroting van het ministerie van Justitie en Politie hierdoor verzwaard wordt. In het buitenland krijgen parlementariërs of burgemeesters extra beveiliging als ze bedreigd worden, maar Suriname kan zich dat volgens Boldewijn niet veroorloven. Hij geeft daarnaast aan dat statistisch ook niet is bewezen dat parlementariërs meer aangevallen worden door rovers dan de gewone burger. Dit onderzoek zou overigens ook moeilijk zijn, omdat de gewone burger altijd meer in aantal is dan de parlementariër en hooggeplaatsten. Dit zou ervoor zorgen dat het zwaartepunt van de criminaliteit naar de burgers toe, niet in verhouding zou zijn om die conclusie te trekken.

 

-door Priscilla Kia-