ROMMELIGE WET

De Wet Rij- en Voertuigenbelasting rammelt van alle kanten. De wet is slechts aangenomen om op een snelle manier geld voor de overheid te genereren. Er is absoluut geen sprake van zorgvuldigheid geweest bij het voorbereiden van de wet, met als gevolg dat belangrijke punten niet opgenomen zijn in de wet. Zo is er niet in opgenomen dat de politie belast is met de controle van de naleving van de wet. Er staat duidelijk dat de Inspecteur der Belastingen/ minister van Financiën belast is met de controle. Het ministerie zou de medewerking van de politie nadrukkelijk moeten vragen om de controle namens het ministerie uit te voeren, tenzij de minister van plan is de douaneambtenaren te belasten met de controle. Ook het is niet duidelijk welke boetebedragen gehanteerd zullen worden. Volgens de Wet Rij- en Voertuigenbelasting geldt een boete van categorie 3, maar er staat niet om welke categorie 3 het gaat. Is het de categorie 3 uit het Wetboek van Strafrecht of categorie 3 uit de Wet Algemene Geldboete. Volgens artikel 40 van het Wetboek van Strafrecht is de strafrechtelijke boete zes maanden hechtenis of een geldboete van maximaal SRD 21.000. Volgens de Wet Algemene Geldboete, artikel 5, kan een boete van SRD 1000 worden opgelegd met daarbij nog een administratieve boete van SRD 100. Het getuigt beslist niet van nauwkeurig werken dat de commissie die de behandeling van deze wet moest voorbereiden, deze zaken over het hoofd heeft gezien. Maar de wet moest natuurlijk snel in elkaar gezet worden, omdat de regering zo snel mogelijk de vruchten ervan wil plukken. Het komt wel over alsof  parlementariërs hun werk met een korreltje zout nemen. Wetten dienen niet zo maar aangenomen te worden, maar moeten zorgvuldig voorbereid en behandeld worden. Dat de coalitie de onduidelijkheden in deze wet niet gezien heeft, geeft aan dat zij slechts uit jaknikkers bestaat en handelt in het belang van de regering.