Economische vrijheid in Suriname nog steeds beperkt

De economische vrijheid in ons land is nog steeds zeer beperkt. Op de Index of Economic Freedom 2019, een ranglijst opgesteld door de Amerikaanse Heritage Foundation en the Wall Street Journal, is ons land met een economische vrijheidsscore van 48,1 de 165ste in de lijst van 183 landen. De totaalscore is ongewijzigd ten opzichte van 2018, met stijgingen in scores voor eigendomsrechten en monetaire vrijheid gecompenseerd door dalingen in handelsvrijheid en integriteit van de overheid. Suriname staat verder op de 28e plaats van 32 landen in de Amerikaanse regio en de totale score ligt ver onder het regionale en wereldgemiddelde. De index kijkt in 186 landen onder meer naar het investeringsklimaat in een land, wat de overheidsuitgaven zijn en hoe het gesteld is met de handelsvrijheid. De index geeft scores van 0-100 punten, waarbij 100 punten staat voor ideale situatie.
Buurland Guyana staat met een score van 56.8 op de 113e plaats er beter voor, terwijl Brazilië met 51.9 op de 150ste plaats staat. In de Amerikaanse regio is Guyana 23ste en Brazilië 27ste. Brazilië heeft met zijn score een stijging van 0.5 gekend ten opzichte van 2018, terwijl Guyana met -1.9 terug ging.

Suriname wordt in de regio gevolgd door Ecuador (29), Bolivia (30), Cuba (31) en Venezuela (32) met de respectievelijke scores: 46.9, 42.3, 27.8 en 25.9. Cuba en Venezuela zijn overall respectievelijk op de 178ste en 179ste plaats. Noord-Korea is met een uiterste slechte economische vrijheidsscore van 5.9 nummer 180 en sluit daarmee de officiële index af, omdat van de resterende landen: Irak, Libië, Liechenstein, Somalië, Syrië en Yemen, geen cijfers beschikbaar zijn.
Hong Kong staat reeds enkele jaren op de 1ste plaats met een overall score van 90.2, gevolgd door Singapore (89.4), 3. Nieuw Zeeland (84,4), 4. Zwitserland (81.9), 5. Australië (80.9), 6. Ierland (80.5), 7. Engeland (78.9), 8. Canada (77.7), 9. Verenigde Arabische Emiraten (77.6) en 10. Taiwan (77.3).
Voor wat Suriname betreft, schrijven de Amerikaanse Heritage Foundation en the Wall Street Journal, dat tegen de achtergrond van aanhoudende sociale spanningen tijdens een langdurig proces tegen president Desiré Bouterse, de risico’s van onrust blijven bestaan te midden van een fragiel economisch herstel en bezuinigingen. “De regering wordt ernstig beperkt door een omslachtig en inefficiënt regelgevingskader dat opereert in de context van alomtegenwoordige corruptie die het rechtsstelsel en de rechtsstaat ondermijnt. De privatisering verloopt traag en ongelijk. De directe betrokkenheid van de staat bij de economie door middel van eigendom of zeggenschap blijft aanzienlijk en het beheer van het begrotings- en monetaire beleid is zwak.”
Het rapport schrijft verder over Suriname: “De voormalige Nederlandse kolonie is nog steeds een van de armste en minst ontwikkelde landen van Zuid-Amerika. De inzet van de regering voor geplande hervormingen van de belasting- en banksector kan verzwakken als er geen druk van het International Monetair Fonds is. De economie van Suriname is in de eerste plaats afhankelijk van de winning van natuurlijke hulpbronnen. Eigendomsrechten worden slecht beschermd en de werking van het register van landtitels van de overheid is uiterst inefficiënt. De oplossing van commerciële geschillen vereist gemiddeld 1.715 dagen, de langste periode in de wereld. Georganiseerde misdaad, drugshandel en mensenhandel en corrupt bestuur hebben de rechtsstaat ondermijnd. Hoge niveaus van corruptie komen voort uit een gebrek aan transparantie en een cultuur van straffeloosheid.”
Volgens de Index of Economic Freedom is het hoogste tarief van de persoonlijke inkomstenbelasting in Suriname 38 procent en het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting 36 procent. Andere belastingen zijn eigendom en accijnzen. De totale belastingdruk is gelijk aan 13,2 procent van het totale binnenlandse inkomen. In de afgelopen drie jaar bedroegen de overheidsuitgaven 27,6 procent van de output van het land (bbp) en de begrotingstekorten waren gemiddeld 8,2 procent van het bbp. De overheidsschuld staat gelijk aan 72,1 procent van het bbp.
“De ondernemersomgeving van Suriname wordt nog steeds beperkt door een omslachtig en inefficiënt regelgevingskader. Licentieverplichtingen zijn nogal belastend en procedures voor het starten van een bedrijf zijn tijdrovend. Handhaving van de arbeidswetgeving is niet effectief en de formele arbeidsmarkt is nog niet volledig ontwikkeld. De regering heeft maatregelen genomen om de subsidies voor elektriciteitstarieven te verlagen en overweegt een verhoging van de belastingen op brandstoffen. De gecombineerde waarde van export en import is gelijk aan 129,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Het gemiddelde toegepaste tarief is 10,2 procent. Obstakels, verergerd door directe staatsinmenging in de economie door eigendom of zeggenschap, blijven aanzienlijk en ondergraven de dynamische voordelen van handel en investeringen. Het financiële systeem van Suriname is nog steeds onderontwikkeld en kwetsbaar voor overheidsinvloed.’’