Oppositie roept regering ter verantwoording

De oppositie heeft krachtens artikel 39 van het Reglement van Orde, een motie ter goedkeuring voorgelegd aan De Nationale Assemblee (DNA), waarin ze de regering ter verantwoording roept. Dit nadat zij de jaarrede van de president op 1 oktober 2018, de vragen gesteld in DNA terzake van het te voeren beleid in het dienstjaar 2019 en de beantwoording van de gestelde vragen door de president Desiré Bouterse in DNA, gehoord heeft. Daarnaast heeft de oppositie ook de Grondwet van de Republiek Suriname, het door DNA goedgekeurde Ontwikkelingsplan 2017-2021 en de Regeringsverklaring gelezen. De overwegingen en de motie zijn als volgt:

Overwegende,

– dat de President in zijn jaarrede en de beantwoording van vragen in de Algemene Politieke Beschouwingen niet concreet heeft kunnen aangeven hoe het begrotingsevenwicht en daarmee de economische stabiliteit bereikt kan worden en concreter de waarde van onze munteenheid en de koersontwikkeling;

 

– dat de Grondwet in artikel 156 aangeeft dat de Regering uitdrukkelijk verplicht is een beleid te voeren waarbij de jaarlijkse staatsbegroting in overeenstemming moet zijn met de Wet en het Ontwikkelingsplan 2017-2021;

 

– dat het voorgenomen beleid van de Regering voor 2019, geen duurzame perspectieven biedt voor de ontwikkeling van het land, zoals vereist in de Grondwet, en goedgekeurd in De Nationale Assemblee, de Regeringsverklaring en het Ontwikkelingsplan 2017-2021;

 

– dat uit de financiële nota blijkt dat de uitgaven zijn begroot op ruim SRD 15,273 miljard en de inkomsten geraamd worden op SRD 6,488 miljard, terwijl SRD 7,146 miljard gefinancierd zal worden uit leningen en donormiddelen en slechts een begrotingstekort is van SRD 1,639 miljard;

 

– dat hiermee het totaal aan leningen komt op het niveau van ruim SRD 28 miljard, zonder dat de productie en daardoor de inkomsten van de Staat aanmerkelijk is verhoogd, dan wel daartoe vooruitzichten zijn;

 

– dat de Regering geen schuldaflossingsplan heeft kunnen presenteren;

 

– dat de President niet heeft aangegeven hoe de financiële situatie van het land duurzaam kan worden verbeterd met productieverhogingen, productdiversificatie, de creatie van decent werkgelegenheid, door importvervanging, door exportbevordering, door saneringen in de uitgaven, etc.;

 

– dat het gros van de leningen niet is geïnvesteerd in productieverhogende bedrijven/sectoren, maar voor populistische projecten die geen algemeen belang dienen, maar slechts enge partijbelangen;

 

– dat door het slecht economisch beleid van de Regering, het bedrijfsleven, welke zorgt voor de creatie van werkgelegenheid, ernstige schade lijdt en geen perspectieven heeft;

 

–  dat door het slecht economisch beleid sectoren als onderwijs, gezondheidszorg, zorg voor ouderen, zorg voor mensen met beperking en veiligheid ernstig achteruit zijn gegaan waardoor kwalitatieve dienstverlening naar het volk niet plaatsvindt;

 

– dat de Regering een zeer slecht veiligheidsbeleid voert, waarbij de gewone en de georganiseerde (drugs) criminaliteit en corruptie hoogtij vieren en onze instituten ernstig ondermijnen met alle nadelige gevolgen voor het volk van Suriname;

 

– dat de President een buitenlands beleid voert, met name naar Venezuela, dat niet het nationaal belang dient en bevordert daarmee niet de internationale rechtsorde en het regionaal beleid van de OAS;

 

– dat de President niet voldaan heeft aan de plicht van de Regering, zoals hij dat stelde in zijn jaarrede van 29 september 2017 m.b.t. het te voeren beleid in 2018, namelijk: “het is primair onze plicht als Regering om ons volk naar hogere niveaus van welvaart en welzijn te brengen”; het tegendeel is bewezen;

 

Op grond van deze overwegingen besloot de oppositie de regering op te roepen:

  1. Om het voorgenomen beleid aan te passen en met vereende kracht een beleid te ontwikkelen en uit te voeren voor het bereiken van een menswaardig bestaan van het volk met gelijke rechten voor een ieder, eveneens ter bescherming van het milieu;
  2. Om het reële begrotingstekort terug te dringen en te bezuinigen op programma’s met 50 procent;
  3. Om aan het Parlement een schuldaflossingsplan en inkomstenverhogend plan voor de komende 10 jaren te presenteren;
  4. Om haar leningenbeleid zodanig aan te passen, dat slechts deskundig doorgerekende projecten, direct gericht op vergroting van de verdiencapaciteit van het volk en van duurzame werkgelegenheid in aanmerking komen te worden gefinancierd met leningen;
  5. Om de Regering op te dragen huiselijk geweld, verkeerscriminaliteit zonder uitstel de gewone en georganiseerde criminaliteit, drugs en corruptie aan te pakken in samenwerking met internationale organisaties;
  6. Om onder alle omstandigheden de onafhankelijkheid van de Rechterlijke Macht te respecteren;
  7. Om af te zien van verdere maatregelen die lasten verzwaring voor mens en milieu en meer armoede voor het volk betekenen;
  8. Om haar buitenlands beleid met name naar de regio en Venezuela te herzien.

De motie is ondertekend door Chandrikapersad Santokhi, Asiskumar Gajadien, Dew Sharman, Jitendra Kalloe, Djoties Jaggernath, Mahinderkoemar Jogi, Krishnakoemarie Mathoera, allen van de VHP. Verder Marinus Bee, Diana Pokie, Dinotha Vorswijk, Edward Belfort, allen van de ABOP. Tenslotte Paul Somohardjo (PL), Patricia Etnel (NPS), Carl Breeveld (DOE) en  Gonsalves Jardin de Ponte (PALU).