OBSTRUCTIE VAN PG

Zeker drie maanden geleden zonk de semi-narco-duikboot voor de basis van de marine te Boskamp in de Coppenamerivier. De duikboot was daarheen gesleept en zou eventjes in opdracht van de minister van Justitie en Politie en in samenwerking met diens college van Defensie, uit het water gehaald worden. Deze actie vond naar verluidt helemaal buiten medeweten van het Openbaar Ministerie en de procureur-generaal mr. Roy Baidjnath Panday, plaats. Voor de zogenaamde berging van de semi-narco-duikboot werd een vriendje van minister Getrouw ingehuurd. Met een graafmachine trachtte men de boot die van fiber glass is gemaakt, uit het water te trekken. Het vaartuig werd daarbij op een dusdanig ondeskundige wijze vastgesjord, dat er een groot gat in werd veroorzaakt en het snel in de diepte verdween. De bergingswerkzaamheden waren hierdoor meteen mislukt. We zijn inmiddels ruim drie maanden verder en nog steeds is er geen enkele stap ondernomen om het schip alsnog op de kade te halen. Als men gedacht had door het zinken van de duikboot het verdere strafrechtelijke onderzoek te ondermijnen, heeft men het toch schromelijk bij het verkeerde eind gehad. Volgens de procureur-generaal, PG, in een interview met een plaatselijk dagblad, belemmert het niet voorhanden zijn van de duikboot het verdere strafonderzoek van het Openbaar Ministerie op geen enkele wijze. Volgens Baidjnath Panday, kan de korpschef aangeven in welk stadium het bergen van de duikboot is. De procureur zelf is er niet in geslaagd de korpschef over deze kwestie te spreken te krijgen. De PG heeft herhaalde malen getracht de korpschef hieromtrent te bereiken. Het behoeft volgens Keerpunt geen betoog, dat de korpschef op een zeer aanstootgevende manier het gezag van de PG ondermijnt door de man inzake cruciale kwesties niet te woord te staan. Ook de congsie tussen de ministers van Justitie en Politie en Defensie bij de poging tot berging van de duikboot zonder daarbij de PG op de hoogte te brengen, geeft de onbeschoftheid van de beide bewindslieden ten opzichte van de hoogste vervolgingsambtenaar aan. Het niet kunnen bereiken van de korpschef door de PG, laat opnieuw zien dat men vanwege deze regering alles in het werk stelt om een man die nauw deel uitmaakt van het justitieel apparaat en zijn werk bij de vervolging naar eer en geweten wenst te doen, op schofterige wijze ondermijnt. Deze ondermijning is zeer merkbaar en bekend bij de rechterlijke macht. Maar ach, wat kan je eigenlijk van een ongelikt regiem dat in vele opzichten de misdaad schraagt, verwachten?