Uitbreiding luchthaven verkiezingsstrategie

Het uitbreiden van de Johan Adolf Pengel (JAP) luchthaven is volgens VHP-parlementariër Mahinder Jogi, niets anders dan een verkiezingsstrategie van de regering om indruk te maken op het volk. President Desiré Bouterse heeft het parlement gevraagd om de regering toestemming te verlenen om af te wijken van het obligoplafond voor de staatsschuld, zodat een lening van US-dollar 205 miljoen, aangegaan kan worden bij de Export Import Bank of China.
De regering heeft volgens Jogi al eerder grote leningen bij China afgesloten, zoals een lening van US-dollar 115 miljoen voor Telesur en US-dollar 235 miljoen voor het Dalian-project.
Indien de regering toestemming krijgt van het parlement, heeft Suriname van China in totaal US-dollar 555 miljoen geleend. De parlementariër wil weten hoe de regering dit terug zal betalen. Hij merkt op de regering continu leent, maar verzuimt verantwoording af te leggen. Volgens Jogi moet de regering bij het aangaan van een lening, kunnen aantonen wat ons land aan zo een lening heeft op de korte en lange termijn en op welke manier de lening terugbetaald zal worden.
De regering heeft de uitbreiding van de JAP-luchthaven begroot op US-dollar 215 miljoen. De regering verwacht dat de luchthaven over enkele jaren ongeveer 1 miljoen passagiers afhandelt. In onze regio hebben diverse landen en eilanden hun luchthaven voor veel minder geld aanzienlijk gemoderniseerd en uitgebreid. Sint Maarten heeft US-dollar 117 miljoen geïnvesteerd in zijn luchthaven en handelt per jaar meer dan 2,5 miljoen passagiers af. Aruba investeerde US-dollar 200 miljoen in zijn luchthaven, waar per jaar 2,6 miljoen passagiers afgehandeld worden.
De politicus vindt dat de regering verkeerde prioriteiten stelt. Gelet op de economische crisis, moet elk cent goed worden besteed. Jogi is van mening dat de regering in plaats van een lening voor Telesur en het Dalian-project, beter een lening af had kunnen sluiten om de productie van ons land te verhogen, zodat ons land meer inkomsten zou genereren. Met deze gelden zou de regering in staat zijn om de infrastructurele projecten zelf uit te voeren. Hij noemt als voorbeeld een investering in de rijstsector. Jogi legt uit dat de regering 75.000 hectare in cultuur moet brengen. Met de bestaande inzaai komt dat op 100.000 hectare, twee keer per jaar. Een hectare rijst levert US-dollar 1.500 op. 200.000 hectare zal ons land US-dollar 30 miljoen opleveren op jaarbasis. Jogi zegt dat met het verhogen van de rijstproductie, wordt ook werkgelegenheid geschapen en ondernemerschap gestimuleerd. Hij vertelt dat als er per 15 hectare één bedrijf wordt opgezet met minimaal 5 werknemers per bedrijf, dat de extra 75.000 hectare voor 25.000 mensen werk zal scheppen.
Jogi merkt op dat overal in de wereld waar grote projecten worden uitgevoerd, er vroeg of laat corruptie wordt geconstateerd. Hij brengt in herinnering dat ook in ons land dit het geval is geweest. Hij somt de bouw van de bruggen over de Suriname- en de Coppenamerivier op, waarbij Ballast Nedam terecht staat voor het betalen van steekpenningen. Dit gebeurde onder de regering van oud-president Jules Wijdenbosch, waar ook Bouterse deel van uitmaakte. Jogi heeft ook bij het project van de uitbreiding van de luchthaven, het vermoeden dat Bouterse en zijn vrienden gelden achterover willen drukken. Hij benadrukt dat de VHP geen goedkeuring zal verlenen om af te wijken van het obligoplafond. “Je kunt het volk niet meer opzadelen met leningen. Jo kir a volk”, aldus de volksvertegenwoordiger.

-door Johannes Damodar Patak-