Exporteurs moeten meer bekendheid geven aan Europese markt

Op 28 november werd een workshop georganiseerd voor de versterking van de waardeketen en het export concurrentievermogen van Surinaamse groenten en fruit. Als onderdeel van de waardeketen van groenten en fruit in Suriname, is er een Suriname Agriculture Markets Access Project (SAMAP) uitgevoerd. De workshop was bedoeld om de stakeholders (boeren, exporteurs en verschillende ambtenaren van ministeries) te informeren over de resultaten van het onderzoek dat is gedaan door een consultant in opdracht van de Food and Agriculture Organization (FAO) en de Europese Unie in verband met het eerdergenoemde project.
Er is zowel een landbouwersonderzoek als een kleinhandelsonderzoek uitgevoerd. Bij het kleinhandelsonderzoek kwamen een aantal interessante zaken naar voren. Zo zouden exporteurs in Suriname alerter moeten worden en meer prioritiet moeten geven aan de Europese markt. Wat het tweede betreft, Suriname zal moeilijk terug kunnen komen op deze markt. Suriname had een natuurlijke markt in Nederland, maar de huidige Surinaamse generatie in Nederland is in de eerste plaats Nederlands/Europees. Deze generatie wacht niet meer op typische Surinaamse producten en smaken.
Suriname is volledig irrelevant als leverancier van verse groenten en fruit op de Europese markt.
Serieuze handelaren negeren Suriname, omdat Suriname de reputatie heeft dat het weinig groente/fruit levert en duur is, ook overschrijden veel producten de Maximum Residu Limiet (MRL). Dat is het toegelaten restgehalte van onder andere een pesticide. Dit gehalte is over de gehele Europese Unie geleijkgesteld.
Tegelijkertijd zijn er in ons land enorme kansen, vanwege de gunstige natuurlijke omstandigheden en intrinsieke sympathie voor Suriname.
Suriname zou meer fruit moeten planten; volop kansen voor grootschalige plantages met contractmogelijkheden in Europa zoals mango en citrus.
Deze vruchten kunnen zowel vers als verwerkt, bijvoorbeeld als jam/sap, geëxporteerd worden.
Bij het landbouweronderzoek zijn de grootste problemen bij het planten als volgt: 75 procent van de genoemde problemen van landbouwers houden verband met de teelt en 25 procent heeft betrekking op bedrijven, financiën en verkoop.
De drie beste oplossingen zijn volgens de landbouwers: moderniseren, investeren in nieuwe technologie en nieuwe gewassen; training, educatie en technische assistentie en samenwerking. Wat de afzet van hun producten betreft, heeft 75 procent van de genoemde problemen betrekking op de teelt en 25 procent op de marketing.
Er werd ook aan de landbouwers gevraagd wat zij met hun geoogste producten doen. Van de landbouwers plant 300 voor eigen gebruik, 166 verkoopt op de markt, 381 verkoopt aan een opkoper, 80 verkoopt aan een lokale wederverkoper, 22 verkoopt aan de grootgebruiker, 17 verkoopt aan exporteur, 12 aan restaurants/hotels, 82 aan de supermarkt en 32 aan marktventers.
De participanten kregen een beter begrip van het creëren van consensus over de belangrijkste kwesties die van invloed zijn op de concurrentiepositie van de Surinaamse groenten- en fruitsector.
Met name de capaciteit om te exporteren naar doelmarkten. Ook hebben zij de voorgestelde upgradestrategieën geïdentificeerd en geprioriteerd om de concurrentiepositie van de Surinaamse groenten- en fruituitvoer te verbeteren binnen de gegeven mogelijkheden en tijdschema’s van SAMAP.
Er wordt geschat dat de 706 landbouwers 20 procent is van de gehele Surinaamse boerenpopulatie.
Het onderzoek is in alle districten uitgevoerd. In Commewijne (227 landbouwers), Coronie (14), Marowijne (41), Nickerie ( 47), Para (9), Paramaribo 36), Saramacca (228) en Wanica (103). Fulltime (32,9%) en parttime (67,1%). Aantal vrouwen is 12,1% en mannen 87,9%. Slechts 41% maakt gebruik van internet. 340 landbouwers ma-ken geen gebruik van een irrigatie\systeem.

 

door Kimberley Fräser