GEEN REDEN TOT BLIJDSCHAP

Er is bij geen enkele eigenaar van een rij- of voertuig reden tot blijdschap of opluchting nadat minister Hoefdraad van Financiën bekend heeft gemaakt, dat hij respijt verleend aan bezitters van deze voertuigen de betaling van de rij- en voertuigenbelasting te kunnen voldoen tot uiterlijk eind februari. Dus begin maart moeten alle bezitters van rij- en voertuigen de weder ingestelde fiscale belasting hebben voldaan, willen ze zich met hun rij- of voertuig op de openbare weg kunnen begeven. Het vreemde bij deze belasting die vreselijke kerven zal snijden in de portemonnee van een ieder, is dat ook voor defecte voertuigen die bijvoorbeeld op het trottoir staan en al maanden zo niet jaren niet rijden, rij- en voertuigenbelasting moet worden neergeteld. Bezit je een aanhangwagen waarmede je naar je kostgrondje gaat en bijvoorbeeld mest en gereedschappen vervoert, moet je ook penningen aan het ministerie van Hoefdraad via de Belastingdienst afdragen. Eigenlijk is dat te gek voor woorden, maar deze regering doet er alles aan om zelfs de laatste centen uit je portemonnee te persen. Ze beseft niet eens dat een defecte auto die de eigenaar niet gelijk op zijn kleine perceel kan bergen, hem geen extra kosten moet opleveren. Nu moet deze persoon het voertuig laten verwijderen tegen meerkosten. Maar dat zal Hoefdraad een zorg wezen. Ook heeft de minister inmiddels ruiterlijk toegegeven, dat de rij- en voertuigenbelasting in haar totaliteit ruim onvoldoende zou zijn om de wegenautoriteit in staat te stellen de infrastructuur naar behoren uit te breiden en of te onderhouden. Het 10 procent dat nu gereserveerd zal worden voor de wegenautoriteit uit deze fiscale verzwaring, is volgens de minister een druppel op een hete plaat. Waarom wordt deze belastingmaatregel dan doorgevoerd? De minister geeft eigenlijk indirect toe, dat deze weder ingevoerde belasting niets te maken heeft met het onderhoud en de uitbreiding van de infrastructuur, maar een ordinaire maatregel is om de staatskas te helpen spekken en wel voor de zoveelste keer ten koste van de gehele gemeenschap. Wij moeten dus voor de zoveelste keer bloeden voor een regering die zichzelf door wanbeheer financieel zwaar in de problemen heeft gebracht. Dacht Hoefdraad nou werkelijk dat hij ons blij heeft gemaakt met het uitstel van betaling voor deze belasting tot eind februari? Zoals we al eerder vertelden, betreft het hier uitstel van executie en zal er toch afgerekend moeten worden ten gunste van de staatskas. De regering Bouterse kan ervan op aan, dat deze rij- en voertuigenbelasting voor veel aversie zorgt en haar veel stemmen zal kosten in mei 2020. Mensen die nog niet hadden besloten of ze nou wel of niet naar het stemlokaal zouden gaan, zijn zo nijdig op deze regering dat ze zeker niet op de NDP zullen stemmen bij de verkiezingen in 2020. Je kunt niet aanhoudend een volk blijven terroriseren met alsmaar oplopende kosten van onderhoud en fiscale wurgconcepten. De mensen pinaren al voldoende en komen, ofschoon velen een tweede baantje hebben, gewoon niet uit. Dan kom je ook nog op de valreep met een belasting onder het mom van rij- en voertuigenbelasting die overal ter wereld wordt aangewend voor het goed kunnen onderhouden en uitbreiden van de wegen, bruggen, kreken en kanalen en dat vertel je nog doodleuk dat je het afgeroomde geld aanwendt voor andere kosten binnen je landsbegroting. In 2020 zal de NDP het echt wel merken.