ONVERSTANDIG EN INEFFICIËNT

Al zeker een jaar zijn de medische posten van de Medische Zending niet meer operationeel in Washabo, Apura, Tapuripa, Donderskamp, Corneliskondre en Kalebaskreek. De poliklinieken van de Medische Zending werden in opdracht van de president overgenomen door het Mungra Medisch Centrum in Nickerie, dat op grote afstand ligt van de voormelde nederzettingen van deze binnenlandbewoners. Deze beslissing kwam niet vanwege het ministerie van Volksgezondheid, maar gewoon van de eerste burger. Het is niet bekend om welke reden hij hiertoe deze onverstandige en voor de bewoners van deze dorpen zeer inefficiënte maatregel, heeft genomen. Wat wel duidelijk is geworden, is dat de beslissing niet werd genomen in samenspraak of overleg met de belanghebbenden. Wij nemen niet aan dat deze maatregel werd genomen uit rancune van een man die zich bij herhaling presenteert als pikin ingi boi. Het gaat hier overigens om de belangen en de volksgezondheid van overwegend inheemse Surinamers. De Medische Zending heeft in de afgelopen decennia in dit land baanbrekend werk verricht en levert tot op heden nog een zeer beduidende bijdrage aan de volksgezondheid van de mensen die in het achterland woonachtig zijn. Het zou dan ook het beleid van de overheid moeten zijn deze zending in al haar activiteiten op een voldoende wijze te blijven steunen en haar op geen enkele wijze te kortwieken, wat in het voormelde geval wel is gebeurd. Nu moeten de mensen van de voormelde dorpen zich over grote afstanden verplaatsen om medische hulp te kunnen krijgen. Het is geen geheim dat de Medische Zending in de afgelopen jaren en wel sinds dit kabinet aangetreden is in 2010, het met steeds minder financiën heeft moeten doen. Er heeft zich zelfs een moment voorgedaan waarop het voortbestaan van de Medische Zending in groot gevaar kwam door het uitblijven van de zeer noodzakelijke overheidssubsidie. En tot op heden is het zo, dat deze zeer belangrijke organisatie veel te weinig overheidssteun ondervindt om haar werk naar behoren en wel ten bate van het binnenland te kunnen doen. Het is dan ook geen wonder en geheel terecht, dat binnenlandbewoners steeds meer de indruk hebben dat ze voor Paramaribo tweederangs burgers zijn en dienovereenkomstig worden behandeld. De regering moet met haar beperkende maatregelen ten aanzien van het binnenland, wel weten dat er daar duizenden stemgerechtigden verblijven en dat die best anders kunnen stemmen dan het geval is geweest in 2010 en 2015.