OPZETTELIJKE VERDRAAIING VAN FEITEN

De Franse autoriteiten in het departement Frans-Guyana treden met consent van de Franse regering in Parijs, hard op binnen het Franse territoir gelegen op de grens met ons land en wel tegen lieden die aldaar aan de illegale goudwinning wensen te doen. Materiaal en materieel dat binnen het Franse grondgebied  wordt ontdekt, wordt voor een deel geconfisqueerd en het andere deel wordt vernietigd. De bezitters van deze goederen en het materieel, schreeuwen thans moord en brand, omdat ze door het optreden van de Franse militairen en politieagenten, grote vrijwel onoverkomelijke schade lijden. Maar wat is hier eigenlijk aan de hand? Er zijn verdragen getekend in het koloniale verleden van Suriname tussen Nederland en Frankrijk en er zijn ook voorlopige afspraken gemaakt over de grensrivieren Marowijne en Lawa, waar beide landen zich aan moeten houden. Er zijn in het verleden zowel voor als na de staatskundige onafhankelijkheid, gesprekken gevoerd met de Franse autoriteiten, die jammer genoeg niet hebben geleid tot totale overeenstemming over hoe het zit met de territoriale grenzen van de monding van de Marowijne tot aan de oorsprong van de Lawa. Maar er zijn wel afspraken gemaakt tussen Nederland en Frankrijk voor de staatkundige onafhankelijkheid, die toch behoorlijk wat duidelijkheid verstrekken over een groot deel van beide rivieren en wat wel of niet tot Frans of Surinaams territoir kan worden gerekend. De Fransen beschikken over kaarten die zeer gedetailleerd zijn en gebruiken die landkaarten momenteel om aan te geven wat zij als Frans gebied zien. Volgens Parijs is er wél duidelijkheid over de grensafbakening vanaf de monding van de Marowijne tot Stoelmanseiland, maar over het gebied tot aan de Delta, gelegen tussen de Marwini en de Litanierivier, bestaat nog een geschil. Echter is het zo, dat gerust kan worden gesteld, dat de Delta al door de Fransen als Frans wordt gezien, omdat ze door middel van debietmetingen hebben geconstateerd dat de Litanie veel meer water voortbrengt en daarom als de oorsprong van de Lawa kan worden gezien. Voorts gaan de Fransen ervan uit dat de Dalweg (het midden van de rivier), de grens aangeeft en dat daarom bepaalde eilanden (tabbetjes) die meer aan de rechteroever van de Marowijne- en Lawarivier liggen, sowieso als Frans kunnen worden aangemerkt. Er kunnen aan de ‘dalweg’ wel enkele bezwaren in het gebied worden gekoppeld, maar daar moeten de technici die wederom met de Fransen zullen moeten gaan praten, op kunnen wijzen. Dat bepaalde mensen gewoon lopen te roepen dat de Fransen vernielingen aan bezittingen van Surinamers op Surinaams grondgebied aanrichten, moeten ze maar met bewijsmateriaal kunnen verdedigen. De Fransen hebben tot nog toe wel met GPS-aanduidingen en door middel van hun ter beschikking zijnde landkaartenmateriaal, kunnen aantonen dat hun ingrijpen op Frans territoir heeft plaatsgevonden en binnen hun jurisdictie valt. Dat is dan ook vermoedelijk de hoofdreden waarom de Surinaamse overheid deze kwestie op een goed doordachte en niet emotionele manier benadert. De regering Bouterse beseft nu vermoedelijk wél dat er spoedig grensbesprekingen dienen te komen om verdere calamiteiten te voorkomen. Op het onderste kaartje wordt aangegeven hoe de Fransen de grensbepaling voor wat betreft de eilanden in de Marowijne en Lawa wensen te benaderen en daar heeft Suriname in het verleden ook geen noemenswaardig bezwaar tegen gemaakt. Op basis van deze benadering zullen de gesprekken hervat moeten worden om uiteindelijk tot goede territoriale afbakeningen te geraken en de rust in het gebied te consolideren.