BOTSING BINNEN DE TRIAS?

Het wordt steeds duidelijker dat er binnen afzienbare tijd toch een botsing zal plaatsvinden tussen de regering en De Nationale Assemblee inzake de nieuwe deal, die de eerstgenoemde zou hebben gesloten met de Amerikaanse multinational Alcoa. Uit de recente en beschikbare informatie met betrekking tot deze deal, kan nu reeds worden gesteld, dat er meer onduidelijkheden zijn en dat daaromtrent er meer ernstige vragen zullen worden gesteld aan de regering door De Nationale Assemblee. De deal die door regering en Alcoa is bereikt, zou zijn vastgelegd in een 280 pagina’s tellend epistel, waar het parlement enkele weken geleden de beschikking over heeft gekregen en waar het een uitspraak over zal moeten doen. Nu reeds is er vanwege het wetgevend orgaan meegedeeld, dat er niet op korte termijn een uitspraak van het college mag worden verwacht en dat het document grondige bestudering vereist. Na een vluchtige doorlezing en voorlopige analyse, kan nu reeds worden gesteld volgens ingewijden, dat Suriname alles behalve blij mag zijn met hetgeen door de Surinaamse onderhandelaars is bereikt. Alvast moeten er grote vraagtekens worden geplaatst over de staat waarin de stuwdam eind 2019 aan de Surinaamse staat zal worden overgedragen. Aanvankelijk gaf de Alcoa aan dat de stuwdam in een goede staat zou worden overgedragen, maar nu wordt vermeld, dat het waterkrachtwerk zal worden overgedragen in de staat waarin het op het moment van overdracht verkeert. Dat houdt in dat als men geen zeer noodzakelijk onderhoud blijft plegen in het gehele waterkrachtwerk en daarbuiten, we een object met bijbehoren zouden overnemen waar de verpaupering duidelijk merkbaar zal zijn. Het is bekend dat de Alcoa en haar dochter Suralco in de afgelopen jaren voor de sluiting van de raffinaderij te Paranam nauwelijks of geen onderhoudswerkzaamheden meer hebben gepleegd. Ruim 80 miljoen US-dollar aan zeer noodzakelijk onderhoud in de raffinaderij werd achterwege gelaten. Als men vanaf nu tot 2019 geen regulier onderhoud meer in de Brokopondo Krachtcentrale pleegt, worden wij blij gemaakt met een dode mus. Alles wijst erop dat de Alcoa met tal van juridische spitsvondigheden, zo goedkoop mogelijk ons de rug wenst toe te keren en ons met vrijwel onbruikbare objecten en middelen, wenst achter te laten. Een van deze spitsvondigheden is dat men plotsklaps het Nederlandse rechtssysteem en niet het Surinaamse, op de overeenkomst van toepassing wenst te hebben. Binnen De Nationale Assemblee en daarbuiten, bestaat bij velen die zich in deze kwestie hebben verdiept, de indruk dat de Surinaamse onderhandelaars niet het onderste uit de kan voor ons land hebben weten te halen en nu trachten zaken toch door te drukken om hun onvermogen en een mislukte deal te verbloemen. Het Surinaamse parlement, de hoogste vertegenwoordiger van ons volk, heeft thans de taak met de steun van terzake deskundigen, de verbintenis tussen de regering en Alcoa door te spitten en indien nodig te torpederen. Als men binnen het college van mening is na grondige bestudering van de overeenkomst dat deze zeer nadelig is voor Suriname, dan dient men unaniem te beslissen dat de regering terug moet naar de onderhandelingstafel met de Alcoa. Echter is het zo dat we nog steeds te maken hebben met een slaafse coalitie binnen De Nationale Assemblee, die als een knipmes buigt als Bouterse zijn stem doet horen. De zaak moet daarom met grote aandacht gevolgd worden om te bezien of de assembleeleden van de coalitie daar echt zitten ter behartiging van de belangen van de gehele natie of er zijn voor de belangen van een partij en haar leiding.