GEVOLG VAN DECENNIALANG GETALM

Niet lang nadat de regering Bouterse I aan de macht kwam in 2010, werd het duidelijk dat ten aanzien van het voormalige moederland, het Koninkrijk der Nederlanden, wegens de toen reeds geldende gewijzigde beleidsinzichten een andere c.q. verkoelde benadering dienen te ondergaan. Had natuurlijk alles te maken met de rancune tegen Nederland wegens het aloude vraagstuk dat Bouterse heeft met de Nederlandse justitie en zijn verstekvonnis in de Stellendam-affaire. Bouterse is namelijk in Nederland veroordeeld voor zijn vermeende aandeel in een grootschalige cocaïnesmokkel affaire. Een NDP-regering onder leiding van Bouterse, zal dus nimmer een goede en nauwe relatie met Den Haag voorstaan. Voor de regering Bouterse werd vanaf haar aantreden, Frankrijk de poort naar Europa. De banden met Frankrijk moesten zwaarder worden aangehaald en er diende ook binnen de kortste keren een ambassade opgericht te worden in de Franse hoofdstad Parijs. We weten inmiddels allemaal wat voor smerig luchtje toen is ontstaan bij de aankoop van een ambassadegebouw in de voornoemde stad. Hoe dat allemaal comptabel in zijn werk is gegaan, is tot nog toe voor velen onduidelijk. Frankrijk de nieuwe poort naar Europa, terwijl zeer weinig Surinamers Frans spreken en nauwelijks enige binding hebben met dat land. Reeds na enkele jaren bleek dat de nieuwe poort naar Europa misschien voor een stel NDP’ers interessant genoeg was, maar voor het overgrote deel van de Surinaamse bevolking en de diaspora, bleef Nederland de poort naar Europa . De Air-France KLM- en SLM-toestellen bleven met verhoogde frequentie tussen Schiphol en Zanderij vliegen en Bouterse en zijn kliek mochten zich tevreden stellen met de idioterie van een Franse poort naar Europa. Maar toch werd er een grotere opening gemaakt naar de Fransen en werd er zelfs een veiligheidsverdrag tijdens de regering Bouterse II geratificeerd, zulks tot groot ongenoegen van lieden die voortdurend wilden blijven rotzooien aan de gemeenschappelijke grens in het oosten van ons land. En laten we voor wat betreft dit verdrag heel duidelijk zijn. Als de Fransen op Frans territoir materiaal en materieel vernietigen dat bestemd is of gebruikt wordt bij de illegale goudwinning, staan ze zonder enige twijfel in hun recht en valt hun handelen onder de Franse jurisdictie. Dit optreden heeft totaal niets van doen met het veiligheidsverdrag dat een doorn is en blijft in het oog van de politieke partij ABOP. Leo Brunswijk moet niet moedwillig zaken verdraaien. Het verdrag heeft helemaal geen betrekking op land dat deel uitmaakt van de Republiek Frankrijk en in dezen het departement Frans-Guyana. Maar dan komen we wel gelijk op een ander punt en dat heeft betrekking op grensafbakeningen die voor hoofdzakelijk de mensen uit het grensgebied, onduidelijk zijn. En het is naar onze bescheiden mening een meer dan grof schandaal dat onze regering en een groot deel van onze Nationale Assemblee, geen flauwe notie hebben waar de grenzen in het oosten des lands liggen. En dan willen we als medium nog wel even teruggaan in de historie en de dames en heren uit de uitvoerende en wetgevende macht, erop wijzen dat Suriname in het eind van de jaren zeventig, heel erg dicht bij was om overeenstemming met de Fransen te bereiken voor wat betreft de totale oosterse grens met het departement Frans-Guyana. Het is dezelfde Desiré Delano Bouterse die met zijn ordinaire militaire staatsgreep, georkestreerd door kolonel Hans Valk der Grenadiers, toentertijd roet in het eten heeft gegooid. De NPK-regering van Henck Arron had destijds een solide grenscommissie samengesteld om met de Fransen te onderhandelen over de gemeenschappelijke grens. Over deze definitieve grensbepalingen werd er in Den Haag overleg gepleegd met de Fransen. Men was al heel dicht bij een akkoord, alleen moest het parlement daar nog een beslissing over nemen. De zaak kreeg vervolgens een slepend karakter, omdat men het niet eens kon worden over de oorsprong van de Lawa. Volgens de Fransen betreft het de Litani en voor de toenmalige betweters in het parlement van de jonge Republiek Suriname, moest dat de Marwini zijn. Ter verduidelijking: de Marwini is niet meer dan een kreek en de Litanie een rivier. Daar was dus onenigheid in het parlement over ontstaan. Zoals gesteld, kreeg het geheel een slepend karakter en wachtten de Fransen af wat ons hoogste orgaan van staat zou beslissen. De coup kwam er tussen en de zaak werd in de koelkast geplaatst. Een van de voornaamste leden van de grenscommissie, dr. ir . Franklin Essed, werd volkomen onterecht door de militairen in het gevang gezet met andere topfiguren van de NPK-regering en de grenscommissie viel uiteen. Vanaf dien is er voor zover ons bekend, nooit meer serieus overleg met de Fransen geweest om de grenzen in het oosten van ons land definitief en bij verdrag vast te stellen. Kortom, wij hebben 41 jaar lang zitten talmen en nu zien wij de gevolgen van deze lakse attitude onder de verschillende opeenvolgende regeringen. De Fransen hebben landkaarten waar vrij nauwkeurig is aangegeven wat tot hun grondgebied mag worden gerekend. Ze hebben deze territoriale gegevens goed bewaard en weten zeer vermoedelijk exact waarover ze het hebben. Wij staan als regering en wetgevende macht nu wederom met een mond vol tanden, want de meesten uit deze delen van de trias, weten niet eens waar er over gesproken wordt. Dat de Fransen rigoureus handelen, komt omdat ze wel goed op de hoogte zijn en ook weten wat in historische overeenkomsten van lang voor 1975, met de Nederlanders werd overeengekomen en vastgelegd. Daar moeten wij ons nu, gezien de gespannen situatie, haastje-repje over gaan buigen. Wat wij ervan weten, is dat er vanaf de monding van de Marowijnerivier tot aan Albina, geen goede grensovereenkomst met de Fransen is. Van Albina tot Stoelmanseiland moet het wel duidelijk zijn hoe de grenzen lopen. Over bepaalde tabbetjes, eilanden in de rivier, zou er nog wat misverstand zijn. Vanaf Stoelmanseiland naar de grens met Brazilië, werden er in de eind jaren zeventig van de vorige eeuw, al afspraken gemaakt en onze grenscommissie ging toen mee met de Franse bevindingen, alleen moest het Surinaamse parlement nog instemmend reageren. Daar is zover ons bekend, toen geen akkoord over bereikt. Maar het getalm van zeker vier decennia breekt ons nu op en de regering zal, nu ze met haar rug tegen de muur is komen te staan, snel een oplossing moeten vinden, want de Fransen wensen niet langer te wachten om ordening in het gebied te bewerkstelligen. De regering Bourterse mag geen moment denken dat het wel met een sisser zal aflopen in het oosten van ons land en dat de Fransen het maar zo zullen laten. Parijs wil geen onrust meer hebben in Frans-Guyana na de onlusten in Cayenne, Kourou en Saint-Laurent-du-Maroni. Ze zullen hard blijven optreden, ofschoon bepaalde vrijbuiters uit dat gebied daar ernstige moeite mee hebben. Deze lieden mogen niet denken dat ze ten opzichte van het Franse leger en de legionniares, te maken hebben met makkelijke strijdkrachten. Gewelddadigheid zal op gepaste en effectieve wijze tegemoet worden getreden. De Surinaamse regering heeft daarom nu de taak zo snel als mogelijk een goed werkend grensverdrag met Parijs aan te gaan en te ratificeren.