CRIMINALITEITSBESTRIJDING

Voor de verkiezingen van 2010 werd door de leider van de NDP en nu al ruim acht jaar president van Suriname, Desiré Delano Bouterse, aan dit volk beloofd dat bij het verkrijgen van regeermandaat, de nationale veiligheid in dit land van dien aard zou zijn, dat wij niet langer diefijzer voor onze ramen en deuren hoefden aan te brengen en dat wij met een gerust hart de nachtrust zouden kunnen aanvangen. Nou, we hebben het wel geweten, want na ruim acht jaar is er juist sprake van een zwaar toegenomen onveiligheid in alle regionen van onze republiek. En wat de zaak nog erger maakt, is dat de regering Bouterse een totaal onvermogen demonstreert om een vuist tegen de toenemende misdaad te maken. Vanaf 2010 heeft de bevolking van dit land tal van wijzigingen in de top van het ministerie van Justitie en Politie gezien en geen enkele bewindsman of -vrouw heeft kans gezien een goede misdaadbestrijdingsstrategie op poten te zetten, laat staan uit te voeren. Wat we wél allemaal hebben kunnen constateren, is een verloedering bij de opsporing en in bepaalde opzichten zelfs regelrechte ondermijning van de werkzaamheden van het Openbaar Ministerie, wanneer het om de bestrijding van de zware misdaad gaat. De voorbeelden liggen er ten over en zijn recentelijk nog door de procureur-generaal bij het Hof van Justitie aangehaald en benadrukt. Dat je de criminaliteit niet kunt bestrijden met beperkte middelen en een zwaar gedemotiveerd politieapparaat, staat als een paal boven water. Als gewapende troepen en dan praten we niet alleen maar over de politie, het moeten doen met steeds minder materiaal en materieel, omdat Financiën geen of veel te weinig geld ter beschikking stelt, dan is het logische gevolg dat het werk niet naar behoren kan worden gedaan en de misdaad de overhand neemt. De politieberichten in de dagbladen over de criminaliteit in al haar vormen, hoeven geen verdere uitleg en geven keihard aan, dat de overheid niet bij machte is, haar adequaat te bestrijden. Wat steeds meer tot uiting komt, is dat lieden die deel uitmaken van criminele organisaties en tot de grensoverschrijdende misdaad behoren, hun tentakels tot diep in het overheidsapparaat hebben weten te steken en de opsporing en vervolging op opvallende wijze kunnen overtroeven. Wanneer we zien dat rechtshulpverdragen steeds minder goed functioneren en het vertrouwen in onze opsporingsdiensten vanuit het buitenland vervaagt, dan is dat te wijten aan de infiltratie van bedenkelijke elementen binnen de diensten, die juist de misdaad dienen te bestrijden. Suriname verkeert in gevaarlijk vaarwater doordat de gewone dief en straatrover door de impotentie van het bestrijdingsapparaat niet alleen steeds meer speelruimte krijgt, maar ook, omdat wij steeds intensiever betrokken geraken bij de internationale zware criminaliteit, waartoe ook het terrorisme behoort. In stede dat wij de koppen bij elkaar steken om alle vormen van criminaliteit op gepaste wijze te bestrijden, talmen wij op een ongehoorde wijze en spelen zelfs zware buitenlandse en lokale criminelen in de kaart. Vaak genoeg doen bepaalde mensen dat uit eigen belang en tot behoud van hun eigen posities. Men dient echter nimmer te vergeten, dat wij tot de internationale gemeenschap behoren en dat de grotere landen ons nauwgezet in de gaten houden en zich zullen beijveren voor een positieve omwenteling in dit land, eentje die wél de daadwerkelijke nationale veiligheid, voor ogen heeft.