Suriname moet werken aan eigen wetgeving

De Surinaamse wetgeving heeft zich laten inspireren door het Nederlands en het Antilliaans Burgerlijk Wetboek. Niet een ieder is het ermee eens dat Suriname de wetgeving van een ander land heeft overgenomen. Gisteravond werd door de Surinaamse Juristenvereniging (SJV) in de Ballroom van Royal Torarica de lezing ‘Ongehuwd samenwonen; de tijd van vrijblijvend is voorbij’, gehouden. Na de lezing werd er gediscussieerd over de Surinaamse wetgeving. Notaris tevens inleider Aniel Autar, vindt dat Suriname moet werken aan een eigen wetgeving.

Volgens Autar moeten zaken die overgenomen worden, in lijn zijn met de Surinaamse situatie. Het is niet de bedoeling dat Suriname wetten en regels klakkeloos overneemt. Het Nederlands en het Antilliaans wetboek zijn afgestemd op een andere samenleving dan de onze. Suriname is daarom bezig met een nieuw burgerlijk wetboek, dat geheel afgestemd is op ons land. Humphrey Schuurman van Schuurman Advocaten, spreekt de hoop uit dat dit wetboek binnen vijf jaar af is. Autar is erg benieuwd hoe dit zich verder zal ontwikkelen, want in de nieuwe wetgeving staat ook dat het concubinaat geregeld moet worden.

Een belanghebbende zei dat hij eraan twijfelt dat het nieuwe wetboek binnen de gestelde tijd af zal zijn, omdat er heel veel gedaan moet worden. Hij deelt de kritiek over de huidige wetgeving, omdat die niet optimaal voorziet in bepaalde zaken, waaronder de grondrechten. De Surinaamse wetgeving moet meer gericht zijn op de praktijk in Suriname. De inleider Jan-Ger Knot uit Nederland, gaf eveneens aan dat het geen verplichting is om de wetgeving van Nederland over te nemen. De lezing ging voornamelijk over de regeling voor concubanten. “Als we aan concubinaat denken, laten we met alle zekerheid als partners een samenlevingscontract sluiten”, aldus Schuurman. Autar en Knot hebben het thema door middel van enkele cases uitgebreid gepresenteerd. Knot sprak over het Nederlands internationaal privaatrecht op concubinaat. Als het om internationale relaties gaat, kan het met het oog op de hoogte van de vergoeding, soms verstandiger zijn om de partner in het land waar hij woont, in rechte aan te spreken. Autar gaf aan dat een concubinaat niet vrijblijvend is. Samenwonenden kunnen elkaar wanneer het concubinaat beëindigd wordt, een vergoeding verschuldigd zijn op grond van een samenlevingscontract, redelijkheid en billijkheid/natuurverbintenis of een ongerechtvaardigde verrijking. De lezing was bestemd voor onder andere juristen, notarissen en werkgevers.

door Kimberley Fräser