MOORD EN BRAND

Er wordt momenteel moord en brand geschreeuwd in dit land door mensen die van mening zijn dat Franse militairen in aanwezigheid van leden van het Nationaal Leger, bezittingen toebehorende aan goudzoekers op een eiland in de grensrivier Marowijne-Lawa, hebben vernietigd. Onder de mensen die hevig protest hebben aangetekend, bevinden zich topfiguren uit een politieke partij met grote belangen in het oosten van het land en nu ook regeringsautoriteiten die van mening zijn, dat de vernielingen door de Fransen plaats hebben gevonden op Surinaams territoir. Maar is het wel zo, dat de plek waar de Fransen een brandstof opslagplaats in de fik staken en een skalian vernielden, tot het Surinaamse territoir behoort? Men moet de bevolking op een eerlijke wijze vertellen, dat er voor wat betreft de grensafbakeningen in het oosten van het land nog erg veel onduidelijkheden bestaan, en die jaren geleden al opgelost hadden kunnen worden. Tussen Suriname en Frankrijk bestaat overeenstemming dat de Lawa en Marowijne van oorsprong tot monding de grensrivieren zijn tussen het Franse departement Frans-Guyana en Suriname. De bestaande onduidelijkheden hadden aan het einde van de jaren zeventig van de vorige eeuw weggewerkt kunnen worden, nadat er overleg in Den Haag was geweest tussen Frankrijk en Suriname op het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Grenscommissies van Suriname en Frankrijk hadden in Den Haag overleg en Nederland diende als liaison bij dit overleg. Het zag er allemaal goed uit en het Surinaamse parlement zou zich daarna over het bereikte akkoord met de Franse regering moeten uitspreken. Er werd vergaderd in het parlement en zaken werden na discussie uitgesteld. Oppositie en coalitie zaten ook toen elkaar flink in de haren en men had vooral bezwaren over de grensbepaling in het uiterste zuid-oosten van het land. De Fransen beschouwen namelijk de Litanie, die een rivier is, als oorsprong van de Lawa en Marowijne en Suriname hield vast aan de Marwinikreek, die qua waterverplaatsing, als kreek kan worden aangemerkt. Het zij opgemerkt dat bij het overleg tussen de voormelde grenscommissies, de Fransen zich zelfs bereid hadden verklaard een aanzienlijk bedrag in Franse francs voor Suriname te willen reserveren in de vorm van ontwikkelingssamenwerking, die vooral het oosten van ons land ten goede zou komen. De coup van 1980 gooide roet in het eten en tot op heden bestaan de onduidelijkheden over de oostgrens en met name welke eilanden, de zogeheten ‘tabbetjes’, nu wel of niet Surinaams zijn. Het is al eeuwen een gegeven, dat de grens tussen beide landen het midden van de rivieren Marowijne en Lawa (de Tahlweg) is. In deze rivieren liggen ook tal van eilanden waarover grotendeels geen overeenstemming is en daar moet ten spoedigste meer duidelijkheid over komen, willen we voorkomen dat er niet meer vernielingen door Franse militairen worden aangericht. En juist aan deze onduidelijkheid zou een einde zijn gebracht als Surinaamse politici toentertijd de handen ineen hadden geslagen, om dit vraagstuk uit de wereld te helpen. Maar zoals we maar al te vaak met elkaar overhoop liggen en maar blijven talmen, hebben we nu een groot grensvraagstuk dat calamiteiten in de hand werkt. Alvast kan worden gesteld dat vanaf de monding tot aan Albina, er nog twijfel is aan welk land bepaalde tabbetjes toebehoren. Vanaf Albina tot Stoelmanseiland is er wat meer duidelijkheid ontstaan in de afgelopen decennia, maar vanaf Stoelmanseiland tot aan de zuidgrens is het weer gissen en daar moet naar onze mening, een eind aan gebracht worden. En dat kan alleen maar tot stand worden gebracht als er wederom goed en gedegen overleg tussen Frankrijk en Suriname plaatsvindt en dat er een nieuwe grenscommissie met de Fransen gaat praten. Er zijn nog genoeg ouderen onder ons met voldoende kennis om tot een goed werkend vergelijk met de Fransen te geraken. Een lid van de voormalige grenscommissie uit de eind jaren zeventig van de vorige eeuw, is er nog en zou eventueel adviserend kunnen optreden.