VERHOGINGEN EN BELASTINGHEFFINGEN

De regering Bouterse heeft het met haar slechte financieel-economisch beleid van de afgelopen 8 jaar, zelf in de hand gewerkt dat onze munt is gedevalueerd met zeker 100 procent, de inflatie voor de zoveelste keer heeft toegeslagen en dat het Surinaamse volk zijn koopkracht de vernieling in zag gaan. Bij deze verarming kwam ook nog kijken de verhoging voor de samenleving van de nutsvoorzieningen en er kwamen steeds meer verhogingen die hun weerslag hadden op het maandelijkse budget van elk gezin. Vanaf begin 2015, toen de crisis overduidelijk naar buiten kwam, verslechterde de toestand zienderogen voor elke persoon die in dit land maandelijks een inkomen heeft. Door de alsmaar stijgende prijzen en de daarop nog toegevoegde fiscale maatregelen van de overheid, werd de toestand voor de loontrekker in 2017 helemaal ondraaglijk en braken de eerste grote stakingen uit. Ook tot de regering drong het toen wel door dat de sociale onrust ernstiger vormen zou aannemen, als er op het loonfront geen aanpassingen zouden worden toegestaan en doorgevoerd. Maar hoe doe je dat met een vrijwel lege staatskas? In de regering Bouterse II dacht men met een verhoging voor leerkrachten weg te komen en andere ambtenaren langer koest te houden. Maar dat bleek toch wel een grote utopische gedachtengang te zijn, want ook de leden van de CLO begonnen zich te roeren en die bal is nu behoorlijk aan het rollen gebracht. Binnen de publieke sector wordt steeds aangegeven, dat men uit het zogeheten Fiso-systeem wenst te stappen om in aanmerking te komen voor een andere c.q. hogere beloning. Maar heeft de regering Bouterse II wel de middelen om alle ambtenaren naar wens te belonen?

Een vraag die maar niet op een juiste en eerlijke wijze door de regering wordt beantwoord. De overheid heeft te weinig middelen om iedereen binnen het ambtelijke de nagestreefde beloning toe te kennen. Economisten hebben al verscheidene keren laten doorschemeren, dat de regering zich deze verhoogde uitgaven niet kan permitteren, mits ze wederom overgaat tot inflatoire financiering van haar enorme financiële tekorten.

Dat betekent de geldpers voor de zoveelste keer aanzetten en het land wederom in een gierende inflatie storten. We krijgen dan zeker Venezolaanse toestanden, die te allen tijde moeten worden voorkomen. Veel ambtenaren die een 25 procent bruto verhoging toegezegd hebben gekregen, zijn er volgens hen toch bekaaid vanaf gekomen, omdat wegens de bestaande salarisschalen bij de overheid, toch wederom een groot deel van de verhoging terugvloeit naar de fiscus aan loonbelasting en andere heffingen. Uiteindelijk is wat men in handen krijgt ter besteding, niet wat men had gewenst of verwacht. Ook is er nog steeds een belastingvrije grens die  men vooral binnen het vakbondswezen graag verhoogd had willen zien, gezien de enorme stijging van levensonderhoud en de waardevermindering van de SRD ten opzichte van met name de dollar.  Maar alle werkgevers, zowel binnen de publieke als private sector, hebben nu te maken met de wens bij werkers tot loonaanpassingen. Waar men echter wel rekening mee moet houden en begrip voor dient te hebben, is dat de werkgevers in beide sectoren slechts naar vermogen aanpassingen zullen kunnen doorvoeren, omdat door de crisis hun omzet drastisch is afgenomen en er momenteel totaal geen zicht is op een noemenswaardige verbetering. Het is daarom van groot belang dat leiders van vakverenigingen die voor hun leden al correcties in het loon hebben weten te bewerkstellingen, rekening dienen te houden met de huidige ernstige crisis die nog in alle hevigheid heerst, vooral omdat er voorlopig geen tekenen zijn dat die spoedig achter de rug zal zijn. Zowel binnen het bedrijfsleven als daarbuiten houdt men er ernstig rekening mee, dat het komende jaar voorafgaande aan de algemene vrije en geheime verkiezingen, zeer moeilijk zal worden.