DOOR DE NOOD GEDWONGEN

We hebben het in deze rubriek er al ettelijke keren over gehad dat de overheid geen kaas heeft gegeten van het onderhoud van haar roerende en onroerende goederen. Voor wat betreft haar onroerend goed, hoef je maar door de stad te wandelen en naar de bij de overheid in beheer zijnde panden te kijken, dan is het duidelijk dat ze geen onderhoud pleegt en al decennialang daar heel weinig geld voor weet te reserveren. Kijken we naar het rollend materiaal van de overheid, dan zien we hetzelfde. Voertuigen worden nieuw aangeschaft, maar er wordt niet of nauwelijks gedacht aan het reguliere onderhoud waardoor binnen enkele maanden de voertuigen al niet meer naar behoren kunnen functioneren. Vooral bij de gewapende machten zien we allemaal hoe er met de zeer kostbare middelen van de staat wordt omgesprongen. Tijdens het kabinet Bouterse I, werden er bij een lokale dealer politievoertuigen aangeschaft en die zijn inmiddels bijna allemaal aan barrels zijn gereden. De voertuigen werden ook zeer slecht onderhouden, omdat de overheid zoals gewoonlijk haar betalingsverplichtingen niet volgens afspraak nakwam. Ook bij de betaling van de voertuigen moest de dealer maandenlang wachten op zijn geld en liet de overheid een zeer zure nasmaak achter. Bij de komst van minister Jennifer van Dijk –Silos, was de overheid financieel niet langer in staat weer nieuwe auto’s voor de politie aan te schaffen en koos men voor gebruikte auto’s die niet goed geschikt zijn voor het politiewerk. Thans zijn we financieel verder afgezakt en kan de overheid niet eens meer gebruikte voertuigen kopen en is ze genoodzaakt te herstellen wat nog te redden valt. Onderhoud is nog altijd behoud, zou een goede relatie van de redactie met nadruk stellen, maar dat heeft geen enkele Surinaamse overheid tot nog toe goed begrepen. Bij het Nationaal Leger is het niet anders. Daar wordt alles aan barrels gereden en wordt er nauwelijks of geen geld ter beschikking gesteld om voertuigen rijdend te houden. Wat de zaak aldaar nog bedenkelijker maakt, is dat de bussen die voor het vervoer van de manschappen bestemd zijn, voortdurend worden ingezet om burgers naar tal van activiteiten te vervoeren en niet in het minst naar recreatieoorden. Op die manier gaan de voertuigen eerder stuk en is er geen geld voor herstel. Een bevelhebber die tijdens de regering Bouterse het voor het zeggen kreeg, besloot veel voertuigen die nog gemakkelijk gerepareerd konden worden op de veiling te gooien, want hij vond het noodzakelijk dat de overheid nieuw rollend materieel voor het leger zou aanschaffen. Natuurlijk werd daarbij de strijkstok weer op overbodige wijze gehanteerd. Er moest commissie en nog eens commissie op elke aankoop gemaakt worden. Het leger heeft nog wat voertuigen die rijden, maar moet vaak genoeg de wagens in de kazerne houden, omdat er geen brandstof of voldoende smeermiddelen zijn. Maar om op de politie terug te komen, kan glashard gezegd worden dat de reparatie van allang afgeschreven voertuigen een doekje voor het bloeden zal opleveren, want politievoertuigen worden meestal aan gort gereden en daarna bij de technische dienst afgeleverd. Reparatie zal ze slechts voor enkele maanden weder op de weg brengen en niet echt tot een goede oplossing voor het transportprobleem van de politie leiden. Dat de politie thans op zo een erbarmelijke wijze moet functioneren, heeft alles te maken met het financieel en economisch wanbeleid dat de afgelopen acht jaar is gevoerd door een regering onder leiding van Bouterse.