Oude wetgeving bood geen garantie natuurbescherming

De natuurbeschermingswet dateert van 1954 en is een reflectie van de toen heersende tijdgeest die prioriteit gaf aan de conservering van natuurlijke hulpbronnen. Inmiddels hebben analyses uitgewezen dat deze wet tekortkomingen heeft en niet meer voldoet aan de eisen die heden ten dage worden gesteld om de uitdagingen die gepaard gaan met het beschermen van de natuur, het hoofd te bieden. Om natuurbescherming te garanderen, heeft Conservation International Suriname (CIS) de Ontwerpwet Natuurbeheer 2018 ingediend bij het parlement.
De oude wet regelt de aanwijzing van natuurreservaten, terwijl behalve natuurreservaten, Suriname nog andere typen van beschermde gebieden kent, te weten bijzondere beheersgebieden, speciaal beschermd bos en een natuurpark. Al deze gebieden hebben elk hun eigen juridische grondslag. Volgens CIS was het daarom noodzakelijk om de huidige natuurbeschermingswetgeving aan te passen c.q moderniseren. Dat de oude wetgeving niet meer voldeed, bleek uit het ontbreken van transparante procedures en het ontbreken van criteria voor het instellen van beschermde gebieden.
Ook de inspraak van belanghebbenden en de rechtsbescherming zijn niet geregeld, voorts is een milieu-effectenrapportage niet verplicht gesteld.
“Naast de wettelijke instrumenten blijkt in de praktijk dat het beheer van deze beschermde gebieden veel te wensen overlaat. De huidige beheersstructuur voor beschermde gebieden in Suriname is namelijk gebaseerd op een systeem waarbij de centrale overheid belast is met de besluitvorming”, staat in de memorie van toelichting. Daarnaast staat de nationale wetgeving niet los van de ontwikkelingen in het internationale milieurecht. Binnen het internationaal recht is in de afgelopen decennia een duidelijke ontwikkeling waar te nemen waarbij de traditionele gedachte van conservering van natuurlijke hulpbronnen overgaat in een duurzaam beheer van de natuur door middel van een geïntegreerde benadering.
Sedert de inwerkingtreding van de natuurbeschermingswet in 1954 is Suriname ook partij geworden van een aantal regionale en mondiale verdragen gericht op de bescherming van de biodiversiteit. Echter zijn een aantal verplichtingen voortvloeiende uit deze verdragen, evenals internationaal aanvaarde principes zijn nog niet geïncorporeerd in de nationale wetgeving. De uitgangspunten die zijn gehanteerd bij het formuleren van dit ontwerp zijn verschillend in vergelijking met 1954. Parlementsvoorzitter Jennifer Geerlings-Simons hoopt dit jaar nog of begin dit jaar de wet in behandeling te nemen.

door Priscilla Kia