Onbehoorlijk bestuur bij Alcoa-overeenkomst

“De confidentialiteitsovereenkomst tussen de staat Suriname en Alcoa welke de onderhandelingen tussen de partijen beheerst, is ongrondwettelijk en ongeldig. Er kan daarom ook ge-sproken worden van onbehoorlijk be-stuur”, aldus de reactie van bestuurskundige August Boldewijn. Als gevolg van deze overeenkomst, kan de regering niet alle vragen van het parlement over de kwestie Suralco/Alcoa beantwoorden.
President Desiré Bouterse heeft vorige week middels een schrijven aan het parlement, slechts de vragen beantwoord die buiten de confidentialiteitsovereenkomst vallen. De regering van Suriname is een volksregering en volgens Boldewijn kan de regering om die reden geen overeenkomst sluiten met een multinational of een staat zonder dat het parlement hiervan op de hoogte is. “Een confidentialiteitsovereenkomst is te vergelijken met een internationaal verdrag. Het parlement moet goedkeuring daaraan geven. Confidentialiteit betekent dat je de informatie niet mag prijsgeven. Dat het parlement geen goedkeuring aan deze overeenkomst heeft kunnen geven, is tegen de grondwet”, stelt Boldewijn.
Er kunnen volgens Boldewijn allerlei zaken opgenomen worden die nadelig uitkomen voor het volk, zoals het weggeven van een deel van het grondgebied of dat het land onder supervisie komt van een andere staat. “ Zonder medeweten van het parlement een confidentialiteitsovereenkomst aangaan die ons land bindt aan een multinational, kan niet. Een dergelijke overeenkomst is ongrondwettelijk en daarmede ook ongeldig”, benadrukt Boldewijn. Voorts haalt de bestuurskundige aan dat ondanks dat het Memorandum of Understanding (MoU) tussen Suriname en Alcoa was afgekeurd door het parlement, de regering het besluit naast zich heeft neergelegd. Volgens hem is ook in deze kwestie tegen de grondwet gehandeld.
Over het MoU en de Brokopondo-overeenkomst die gewijzigd moet worden, zegt Boldewijn dat het MoU geen voorrang heeft. “Als in het MoU is opgenomen dat de raffinaderij ontmanteld mag worden, dan moet de Brokopondo-overeenkomst gewijzigd worden en in een wet worden opgenomen alvorens gestart kan worden met de ontmanteling”, merkt Boldewijn op. In het parlement is het meer dan duidelijk dat de coalitie en de oppositie niet op één lijn zitten in de kwestie Alcoa/Suralco. Hij vindt het heel onverstandig dat partijen tegenover elkaar staan, terwijl de regering ernstige fouten heeft gemaakt.
Volgens Boldewijn zou de regering tot verantwoording geroepen moeten worden, waarbij zelfs een motie van wantrouwen tegen de president ingediend zou kunnen worden. Echter is de oppositie en de coalitie in Suriname een structurele aangelegenheid, waarbij de ene partij goedkeurt en de andere afkeurt. Soms zijn zaken van de oppositie goed, maar worden ze toch weggestemd. Dit is volgens Boldewijn de reden dat het politieke bewind in Suriname naar de afgrond wordt geleid. Hij is van mening dat vanuit de grondwet gehandeld moet worden en die maakt geen onderscheid in oppositie en coalitie. “Elek fout vanuit welke partij dan ook, moet gecorrigeerd worden en niet ondersteund vanwege afhankelijkheid van de partij”, aldus Boldewijn.

-door Priscilla Kia-