NU PAS?

De milieuverontreiniging die door skalians wordt veroorzaakt, is al lang bekend en bewezen en toch varen deze monsters nog steeds rond in ons Van Blommesteinmeer en op verschillende rivieren binnen het Surinaamse territoir. Bij het winnen van goud worden er zeer giftige stoffen in het water geloodst. Het is logisch dat flora en fauna daar ernstige schade van ondervinden. Ook het water in de rivieren en kreken is daardoor voor plaatselijke bewoners niet langer drinkbaar. Dat was voor de goudkoorts die al langer dan 30 jaar in dit land heerst, wel mogelijk. Het is dan ook niet vreemd dat binnenlandbewoners die in de nabije omgeving van de goudwinningsgebieden woonachtig zijn, vaker klagen en van de overheid verlangen dat ze hen aan schoon drinkwater helpt. Of dat op alle locaties mogelijk is, blijft natuurlijk een open vraag. Dat de overheid haar ogen telkenmale sluit voor de operaties van de skalians, heeft alles te maken met het beschermen van de belangen van personen die veelal niet in het binnenland woonachtig zijn en die het een worst zal wezen of de plaatselijke bewoners nu wel of geen nadeel van de activiteiten van de skalians ondervinden. Opvallend is wel dat steeds meer binnenlandbewoners gaan inzien dat de goudwinning in hun gebieden op het land en in de waterwegen, hun voortbestaan in het binnenland ernstig in gevaar brengt en zelfs onmogelijk aan het maken is. Keerpunt heeft er al vele malen over geschreven, maar we beschikken nou eenmaal over een overheid die Oost-Indisch doof is als het om de goudwinning en de terreur van de skalians gaat, omdat ze er zelf enorme belangen in heeft en er goudgeld mee verdient. Het is allang geen nieuws meer dat hoge regeringsfunctionarissen direct of indirect bij de skalian activiteiten betrokken zijn en dat juist daarom, minister Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen, niets tegen de skalians kan inbrengen. Van deze bewindsman hoor je als het om de skalians gaat, niets meer nadat hij in het verleden tal van hele leugens en halve waarheden over het functioneren van deze goudpontons had verkondigd. In de Marowijnerivier opereren ook al zeer geruime tijd deze skalians langs de linkeroever, zulks tot groot ongenoegen van de Franse regering. De Marowijne is namelijk voor de helft een Surinaamse rivier en voor de rechterhelft een Franse waterweg. De zogeheten Tahlweg, dat is het midden van de rivier, vormt daar de grens. Het zeer funeste gevolg van deze Surinaams-Braziliaanse skalian activiteiten in de rivier is, dat ook Franse flora en fauna beschadigd c.q. vergiftigd wordt. De Fransen hebben de Surinaamse autoriteiten bij herhaling op deze milieuverontreiniging gewezen, maar wij doen niets om deze schadeveroorzakers op de rivier te stoppen, omdat de enge persoonlijke belangen veel zwaarder wegen dan het algemeen belang. Nu zijn ook de Paramaccaanse bewoners van het gebied die voornamelijk in de omgeving van Langatabbetje wonen, van mening dat het zo langer niet kan en dat de skalians dienen te verdwijnen. De regering heeft, zoals verwacht, nog niet op het protest van de lokale Paramaccaners gereageerd. De mensen zien nu ook in wat voor schadelijke effecten de skalian operaties inhouden en eisen hun vertrek. Waar men nog veel te weinig rekening mee houdt, is de visstand. Het gebied is nauwelijks 70 kilometer van bijvoorbeeld Albina verwijderd en ook de vispopulatie kan ernstig worden aangetast door de lozingen van kwik door de skalians nabij het Paramaccaans woongebied. Wij doen dan misschien geen onderzoek naar het kwikgehalte in de vissen in de Marowijnerivier, maar moeten er wel rekening mee houden, dat de Fransen wel onderzoek zullen doen als ze dat al niet gedaan hebben. In de Lawarivier hebben Franse onderzoekers al lang geconstateerd dat het kwikgehalte in de vissen aldaar veel te hoog is en dat er gevaar dreigt voor de mens wanneer men dergelijke gecontamineerde vis eet. Als Franse onderzoekers er nu ook toe over zouden gaan om de vissen die nabij Albina gevangen worden, te onderzoeken op kwikvoorkomens en als daarbij blijkt dat het gehalte te hoog is voor consumptie door personen woonachtig op de Franse oever, dan hebben de vissers in Albina en omgeving een groot probleem en valt een wezenlijk deel van hun inkomen weg. Hebben de Surinaamse autoriteiten daar weleens goed over nagedacht? Wij hebben daar onze ernstige twijfels over. Bij de regering Bouterse denkt men namelijk alleen aan het nyan maken en het beschermen van de belangen van lieden die zwaar aan de NDP zijn gelieerd. De overige Surinamers die niet direct een verbintenis hebben met de paarse partij, die moeten de consequenties van het gevoerde wanbeleid maar blijven voelen.