EXPORT AAN BANDEN

Het valt niet meer te betwisten dat de export van rondhout niet zoveel oplevert voor het nationaal inkomen. Sinds jaar en dag praat de regering over het verbieden van de export van rondhout, dat vooral door Chinezen en Maleisiërs geëxporteerd wordt. Dit om het verwerken van rondhout tot eindproducten te stimuleren en om zo ook meer inkomsten voor Suriname te genereren. Maar in plaats van dit voorstel uit te voeren, wordt het steeds uitgesteld, terwijl lokale houtondernemers, vooral houtzagerijen, moeilijk aan hout kunnen komen voor hun zagerijen. De prijs van hout is hierdoor tot ongekende hoogte gestegen. Veel houtzagerijen gaan dan ook failliet, omdat ze gewoon te weinig hout krijgen aangevoerd. Daardoor is ook het verzagen van hout voor de lokale markt op een heel laag niveau. Hierdoor is de prijs van gezaagd hout bijna onbetaalbaar. Dit heeft duidelijk zijn weerslag op de huizenbouw in Suriname. Een exportverbod, of het stimuleren van de houtsector op een ander manier, zou daarom geen slechte zaak zijn. De overheid had zich vorig jaar dan ook voorgenomen de lokale houtsector te stimuleren door de exportheffing op rondhout te verhogen, maar die verhoging is er nog niet gekomen. Per 1 december zou ook de export van twee houtsoorten verboden worden, namelijk granfolo en basralokus. Helaas is het verbod na protest vanuit de zijde van houtexporteurs, niet doorgevoerd. Hierna is niets meer vernomen vanuit de overheid hierover. Het verbod op de export van deze twee houtsoorten zou geleidelijk aan verlichting brengen bij vooral de lokale zagerijen die steeds moeten zien te concurreren met de exportprijzen, waardoor zij nauwelijks hun kosten kunnen dekken.