ER IS WÉL MONETAIR GEFINANCIEERD

“Monetaire financiering is het financieren van het begrotingstekort van de overheid door middel van geldschepping. Technisch vindt dit plaats door plaatsing van kortlopende schuld bij het bankwezen”, dit is een korte definitie uit een van Dale Encyclopedie. Onlangs berichtte het ministerie van Financiën door tussenkomst van het Nationaal Informatie Instituut dat er geen sprake is van monetaire financiering. De eerste twee regels van het bericht luidden als volgt: “De Centrale Bank van Suriname (CBvS) financiert de overheid niet. Het ministerie van Financiën wil elke mythe die hierover opduikt, weerleggen. Dit bericht werd afgelopen week ontkracht, toen Drs. Jim Bousaid, opmerkte tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de Hakrinbank, dat het bericht van NII onjuist is. Bousaid verduidelijkte zijn stelling, door te vertellen dat er wel massief is geleend bij de commerciële banken. Bijna 100 miljoen per maand. Het gevolg hiervan is, dat het monetaire effect min of meer hetzelfde is als het trekken bij de Centrale Bank. De schade is vanwege bepaalde factoren minimaal geweest, maar het compliment dat Financiën zichzelf geeft is niet terecht, aldus Bousaid. Vervolgens had het ministerie van Financiën de euvele moed om op vrijdag nogmaals een persbericht te sturen naar alle mediahuizen met als kop “Elke uitspraak over monetaire financiering grootste onzin”. Dit is de zoveelste poging van de regering Bouterse om opnieuw zaken te verdraaien. Het bericht van NII luidt als volgt:

“In 2017 is er netto SRD 863 miljoen geleend door de overheid bij de banken en ongeveer SRD 20 miljoen bij anderen, waaronder overige financiële instellingen en de particuliere sector. Er is volstrekt niet geleend bij de Centrale Bank van Suriname (CBvS), en verder is er nog geleend uit het buitenland voor netto SRD 714 miljoen. Deze leningen zijn gefocust op het wederom aansterken van het groeipotentieel van de economie: Infrastructuur, ict, en capaciteit versterking. Deze informatie is transparant aanwezig in verscheidene publicaties van de overheid.

Dit bij elkaar is GEEN monetaire financiering.

Allereerst het lenen bij de banken. Wanneer de banken de aangetrokken deposito’s uitzetten in kredieten en leningen aan andere spelers in de economie, bijvoorbeeld de overheid, bedrijven of huishoudens, gaat er geld dat is gespaard aan de ene kant van de economie naar de andere zijde van de economie. Het is geld dat reeds was gecreëerd, dus in omloop was gebracht, dat nu via de banken doorgesluisd wordt naar andere sectoren. Het is geen nieuw geld creëren, en dit feit verandert ook niet of er nu aan de particuliere sector of de overheid geleend wordt: het is géén monetaire financiering.

Ten tweede het lenen uit het buitenland. Hier geldt dat een spaaroverschot uit het buitenland wordt getransfereerd naar Suriname. Het Surinaams geld dat door omzetting van de getrokken lening wordt geboekt is gedekt door de toename in de monetaire reserves. Dit is een 1-op-1 proces, waardoor de economen ook zeggen dat dit geen monetaire geldcreatie is.

Ten slotte is het lenen bij particulieren of niet-bank instellingen ook onderhevig aan het doorsluisprincipe. Geen geldcreatie, maar spaargelden die elders in de economie worden ingezet.

Het economisch effect van het niet-monetair financieren van de overheid heeft zijn weergave in de relatieve prijsstabiliteit die na 2016 waarneembaar is. Was de gemiddelde inflatie in 2016 nog 55%, in 2017 was die gedaald naar 9%. Ook de wisselkoersstabiliteit is een teken van monetaire stabiliteit, waaraan voornamelijk het neutraal lenen door de overheid ten grondslag ligt. Onder de stabiele monetaire en financiële condities kan de economie beter groeien omdat positieve investeringsbesluiten genomen kunnen worden, werkgelegenheid toeneemt en het koopgedrag zich stabiliseert”.

Nogmaals meneer Hoefdraad: “Monetaire financiering is het financieren van het begrotingstekort van de overheid door middel van geldschepping. Technisch vindt dit plaats door plaatsing van een kortlopende schuld bij het bankwezen”. Monetaire-economen zullen vermoedelijk nog verder op deze materie willen ingaan. Hun inzendingen zien wij dan ook tegemoet.