Getrouw ontkent Surinaamse betrokkenheid in drugsvangst Spanje

De minister van Justitie en Politie, Stuart Getrouw, ontkende gisteren tijdens de openbare vergadering in De Nationale Assemblee (DNA), dat de grote drugsvangst in Spanje uit Surinaamse afkomstig is. Hij besteedde niet veel tijd aan het onderwerp, zijn reactie was gebaseerd op de opmerking van het VHP-assembleelid Krishna Mathoera.
In haar betoog vroeg ze de minister onder andere naar informatie over de drugsvangsten. Getrouw liet weten dat de 1850 kilogram cocaïne die de Spaanse justitie in de zeilboot Pepper sauce onderschepte, uit Brazilië komt en niet uit Suriname. “Ten aanzien van de drugsvangsten in Spanje, waarbij de drugs overgeheveld zijn geworden op boten nabij de Surinaamse kust, is gebleken dat de drugs niet uit Suriname, maar uit Brazilië afkomstig zijn”, benadrukte hij.
De reactie van de minister zorgde ervoor dat de vergadering geschorst moest worden door DNA-voorzitter Jennifer Geer-lings-Simons, vanwege opmerkingen die gemaakt werden door NDP-assembleelid Rachied Doekhie.
Doekhie zei blij te zijn dat de minister heeft aangegeven, dat de drugs niet uit Suriname afkomstig zijn, volgens hem zegt men te gauw dat er weer een drugsvangst afkomstig uit Suriname, is onderschept. Hij gelooft dat men hierdoor politiek wil scoren. Doekhie zei ook dat het bewuste schip Paramaribo half beladen heeft aangedaan. Alvorens Suriname aan te doen, is het schip naar vier andere landen in het Caribisch gebied geweest. Het is volgens hem mogelijk dat de cocaïne elders ingeladen is. “Surinamers moeten voorzichtig zijn om in een hoerastemming te verkeren. Mensen die het meest schreeuwen hier, vergeten dat in hun voorzaal 350 kilogram drugs lag opgeslagen en toen de Narcotica Brigade de inval wilde doen, mocht het niet. Hogerhand heeft ze teruggefloten”, benadrukte Doekhie.
Dit viel niet in goede aarde bij Krishna Mathoera (VHP), zij vroeg zich af hoe een dergelijke uitspraak de hamer heeft kunnen passeren. Assembleevoorzitter Geerlings –Simons zei dat Doekhie in algemene zin heeft gesproken, vandaar dat zij niet heeft ingegrepen tijdens zijn betoog. Doekhie haalde aan dat hij ethiek en moraal in acht had genomen bij zijn eerdere uitspraak. “Maar als u (assembleevoorzitter, red.) wilt, dan kan ik zeggen, het is dat lid; Mathoera”, zei hij. Hierop werd de vergadering geschorst.

 

door Richelle Mac-Nack