Kabinet legt advies wietexperiment in meer gemeenten naast zich neer

Het kabinet legt het advies van de commissie-Knotterus om in meer gemeenten te experimenten met gereguleerde wietteelt naast zich neer. Er wordt vastgehouden aan het in het regeerakkoord afgesproken aantal van zes tot tien gemeenten.

Dat maakt het kabinet vrijdag na afloop van de ministerraad bekend.

Onlangs had een commissie onder leiding van hoogleraar André Knotterus geadviseerd het experiment met door de staat gekweekte cannabis in “aanzienlijk meer” gemeenten te houden dan in het regeerakkoord staat. Een proef in hooguit tien gemeenten zou volgens de commissie te weinig zijn voor “een voldoende representatief onderzoek en een methodologisch verantwoorde analyse”. Zo’n klein experiment zou ‘’niet zinvol’’ zijn. Het kabinet zal zich er desondanks voor inspannen dat het experiment “wetenschappelijk relevant” zal zijn “en voldoende informatie oplevert om politieke besluitvorming op te baseren”.

De proef duurt in principe vier jaar. Na evaluatie kan het experiment eventueel worden verlengd, maar dat besluit zal zijn aan het kabinet dat er tegen die tijd zit.

Compromis

Het experiment met gereguleerde wietteelt is een compromis tussen enerzijds VVD en D66 en anderzijds CDA en CU. De liberale partijen zijn voorstander van proeven met gereguleerde wietteelt, terwijl de christelijke partijen fel tegenstander zijn.

Door het advies van de commissie niet over te nemen houden de partijen elkaar aan het regeerakkoord.

Het is overigens niet de eerste keer dat het kabinet adviezen naast zich neerlegt. Onlangs negeerde het kabinet de aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) om een algeheel verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen in te stellen.

Bij dat besluit stonden VVD en CDA tegenover D66 en CU. VVD en CDA voelen niets voor een verbod, terwijl D66 en CU dat wel willen.

Vice-premier Hugo de Jong (CDA) lichtte het besluit om niet tot een verbod over te gaan toe als een behoud van “een gewaarde traditie”. Ook zei hij te vrezen voor de reactie van de publieke opinie. Bij een verbod “zouden de kranten er bol van staan”, zei hij destijds.