Industrialisatie sleutel tot rijkdom

Industrialisatie is volgens Richard Kalloe, oud-minister van Handel en Industrie (HI) en ex-directeur van de Nationale ontwikkelingsbank, voor verschillende landen de sleutel tot rijkdom. Suriname kan daar zeker een voorbeeld aan nemen. Kalloe sprak tijdens een informatieavond afgelopen dinsdag, die georganiseerd was door de Kenniskring, over de bauxietsector en de Brokopondo-overeenkomst.
Terwijl de productie aangepakt moet worden, ontmantelt Suralco zijn bedrijfs- en fabrieksterreinen. De energie-opwekking, de kransslagader voor goedkope productie, komt hierdoor in gevaar. Maar volgens Kalloe is energie-ontwikkeling op zichzelf geen hoofddoel, terwijl industriële ontwikkeling dat wel is. “Industriële ontwikkeling komt de gehele samenleving ten goede via het scheppen van werkgelegenheid, inkomen en een duurzame welvaart. We moeten onze energiebronnen gebruiken voor de industriële ontwikkeling van ons land. Alleen industrialisatie kan ons leiden naar een hoger welvaartsniveau”, aldus Kalloe.
Kalloe definieert industrialisatie als het proces van conversie van grondstoffen tot eindproducten met een hogere toegevoegde waarde. Dit proces schept hoogwaardige werkgelegenheid, het leidt tot meer welvaart en een hoger nationaal inkomen. De meeste ontwikkelingslanden zijn via exportgeleide industrialisatie opgeklommen tot ontwikkelde landen. “Industrialisatie is kapitaal, technologie, kennis en energie intensief.
Een land zonder industrie blijft een primitief land”, aldus Kalloe.
Energieverbruik en economische ontwikkelingen gaan hand in hand. De kleine landen in het Caribische gebied, met name Trinidad en Barbados, voeren een industriepolitiek gebaseerd op lage energieprijzen voor de industrie. Volgens Kalloe hebben wij honderden miljoenen Amerikaanse dollars geïnvesteerd in energiecentrales die draaien op fossiele brandstoffen ten behoeve van primair het grote aantal Chinese winkels. “ In de ogen van het Nieuw Front en de NDP, zorgen de Chinese winkels klaarblijkelijk voor grote exportverdiensten, terwijl zij integendeel deviezen massaal exporteren.”

Positie van Suralco
Het Paranam fabriekscomplex is op dit moment niet rendabel. Volgens Kalloe kost afbreken en opruimen een heleboel geld en is het dus beter om te conserveren, met de verkoop van energie wordt namelijk meer verdiend dan met de export van aluinaarde. De Brokopondo-overeenkomst heeft nog een lange looptijd. De stuwdam is goud waard. “Het is beter om alles zo te laten. Suriname is toch een bodemloze put en wordt bestuurd door mensen die constant geld nodig hebben, dat soort mensen kunnen geen hydro-centrale managen.” Sinds 2000 hebben regeringen meer dan US-dollar 10 miljard aan inkomsten ontvangen, maar er is geen enkele nieuwe sector dan wel subsector ten behoeve van de export opgezet. Ook beleid voor de verbetering en verdieping van onze verdiencapaciteit en voor de schepping van duurzame werkgelegenheid, is uitgebleven. Volgens Kalloe dreigt de verdiencapaciteit naar het nulpunt te gaan.
Een Memorandum of Understanding (MoU) heeft volgens Kalloe geen enkel wetskracht. Hij gelooft niet dat de regering in het belang gaat handelen over de Brokopondo-overeenkomst. De regering heeft Staatsolie meer dan US-dollar 1.2 miljard laten besteden aan de raffinaderij die niet meer dan US-dollar 300 miljoen kostte. Kalloe vindt dat de stuwdam ook ondergebracht moet worden bij Staatsolie. De hydro-centrale en het fabriekscomplex Paranam zouden over moeten gaan in privé handen. Het geheel is ondergebracht in een holding waar professionals en geen handlangers van de politiek zitten om beslissingen te nemen.

-door Kimberley Fräser-