WIE VOELT ZICH VEILIG?

Onlangs heeft de nieuwe waarnemend korpschef, commissaris Roberto Prade, verklaard dat hij zich niet onveilig gevoelt en daarmede suggererende dat het eigenlijk niet nodig is dat de doorsnee burger van dit land zich onveilig hoeft te voelen. Prade had deze opmerking eigenlijk niet moeten en mogen maken, gezien het feit dat de veiligheid in dit land al geruime tijd veel te wensen overlaat als er alleen maar acht wordt geslagen op de vele dagelijks meldingen in de media over tal van berovingen, inbraken en andere zwarte delicten die niet zelden een dodelijke afloop hebben. Misschien voelt de korpschef zich veilig, omdat hij toch wel kan bogen op een goede beveiliging en hij zelf ook gewapend is. Criminelen zullen zich niet gauw op het pad van Prade begeven, maar doen dat wel in overdreven wijze op dat van de doorsnee burger bij wie het gevoel van onveiligheid bijna permanent is. Ook de minister van Justitie en Politie moet niet ervan uitgaan dat hij binnen de komende twee jaar voorafgaande aan de verkiezingen van mei 2020, de diefijzers bij de ramen en deuren van woningen en bedrijfspanden zal wegkrijgen. We moeten gewoon realistisch blijven en toegeven dat de criminaliteit hoogtij viert en dat de overheid er in de afgelopen 8 jaar niet in geslaagd is haar te beteugelen. Er is veel eerder sprake van een toename en dat de misdaad grote aanpassingen in zijn voordeel heeft ondergaan. Men is professioneler geworden en vaak genoeg bevinden zich onder de criminelen figuren die in staat zijn zowel tactisch als strategisch hun misdadige plannen uit te werken en uit te voeren. De justitie is heel goed op de hoogte van de aangepaste werkwijzen van kleine en grote boeven in dit land en weet ook dat ze haar bestrijdingsmethoden zwaar zal moeten aanpassen, wil ze niet steeds achter de feiten blijven aanlopen. Criminelen die bijvoorbeeld momenteel roofovervallen plegen, verplaatsen zich in wel of niet gestolen voertuigen en treden vaak genoeg heel erg driest op tegen hun slachtoffers. Slachtoffers in spe worden vaak genoeg geruime tijd voor de overval plaatsvindt, geschaduwd om dan op een bepaald tijdstip toe te slaan. Tegen dit gespuis is men nauwelijks opgewassen en ontbeert de opsporing vaak genoeg de benodigde middelen. Onze economische neergang is er zeker de oorzaak van dat de criminaliteit behoorlijk is toegenomen. Lage lonen en hoge prijzen hebben het leven voor velen ondraaglijk gemaakt en onder hen zijn er dan mensen die voor criminaliteit kiezen. We kunnen dan blijven bestrijden, blijven opsluiten en detentiecentra blijven bouwen, maar dat zal de criminaliteit in haar huidige ernstige vorm niet doen afnemen. Het roer moet daarom omgegooid worden en het bestuur van dit land zal daarom hard moeten gaan werken aan het creëren van meer werkgelegenheid en het stimuleren van meer productie in alle sectoren van onze economie. Zolang er slechts onophoudelijk wordt gebabbeld en verder niets gedaan, zal de depressie in dit land eerder verergeren dan dat er verbetering optreedt. Maar zolang er geen vertrouwen is in het beleid dat door deze regering wordt gevoerd, denken de meeste investeerders er niet aan productie verhogende maatregelen te nemen. En zolang de koopkracht miserabel blijft, heeft het nauwelijks zin meer te produceren, want de producten zal je aan de straatstenen niet kwijt kunnen.