POWERHOUSE

De Indiase president, zijne excellentie Ram Nath Kovind, zal vandaag zijn driedaags staatsbezoek aan ons land beëindigen en vervolgens reizen naar Cuba. Kovind was gedurende zijn bezoek aan ons land, de gast van onze regering onder leiding van Desi Bouterse. Het is naar verluidt de eerste keer in de geschiedenis van ons land, dat we een president van India hebben mogen ontvangen. Suriname mag zich vereerd voelen het staatshoofd van dit grote Aziatische land te mogen ontvangen en met hem goede bilaterale afspraken te maken. Bij terugkeer in New Delhi zal hij in samenspraak met het Indiase kabinet onder leiding van premier Narendra Modi, nagaan hoe de toegezegde hulp en kredietlijn aan ons land geconcretiseerd zullen worden.
Zoals bekend, heeft president Kovind enkele zwaarwichtige toezeggingen aan ons land gedaan waarbij India voor ettelijke miljoenen zal inkomen. Het binnenland zal kunnen profiteren van de hulp uit India. Er zal geld, met name voor een zonne-energieproject en voor de bouw van een transmissielijn in het Pikin Saron gebied, worden vrijgemaakt. Hier wil India maar liefst 20 miljoen dollar ter beschikking stellen. 49 dorpen in het achterland zullen na voltooiing van dit project van elektriciteit worden voorzien. Een elektrisch energieproject van de EBS te Pikin Saron, kan rekenen op een financiële ondersteuning vanwege de Indiase regering van maar liefst 27.5 miljoen dollar. Ook wil de Indiase regering geld ter beschikking stellen voor het reguliere onderhoud van de Cheetak helikopters die het land enkele jaren geleden aan Suriname leverde. India en Suriname onderhouden vanaf onze staatkundige onafhankelijkheid in november 1975 diplomatieke relaties, echter heeft het naar onze mening veel te lang geduurd, alvorens de betrekkingen naar een veel hoger niveau te tillen, een peil dat al veel eerder tot groter voordeel van onze jonge republiek had kunnen leiden. India moet zonder enige twijfel gezien worden als een ‘powerhouse’ in Azie en juist daarom hadden we niet lang na het verkrijgen van onze staatkundige onafhankelijkheid, de relatie met India moeten verdiepen.
Al was het alleen al om de diaspora, die de relatie met dat land zou moeten kunnen aanmoedigen. Dat India tot veel in staat is, blijkt uit de vele en reusachtige investeringen van Indiase bedrijven in het buitenland, met name West-Europa en het Verenigd Koninkrijk. We denken daarbij slechts aan Tata-steel, dat bedrijven heeft in vijf continenten en natuurlijk ook de overname jaren geleden van de automerken Jaguar en Land Rover door Ratan Tata van de Tata group en enkele andere kapitaalkrachtige Indiase ondernemers. India kan in de nabije toekomst veel meer voor Suriname betekenen, als we de handreiking van dit land ten volle accepteren en niet voortdurend ons blijven blindstaren op landen die ons niet veel te bieden hebben of wel over de brug komen, maar daar immens veel voor terug verlangen.
Waar we wel in de nabije toekomst veel meer tijd en geld in moeten gaan steken, is het schrijven van goed verzorgde en naadloos overkomende projectdossiers, die we aan donoren en crediteuren kunnen presenteren, want daar schort het vanaf het aantreden van het kabinet Bouterse I na de ontmanteling van het ministerie van PLOS, behoorlijk aan. Bij het ontbreken van gedegen opgestelde projectdossiers zijn er maar weinig financiers bereid geld ter beschikking te stellen aan dit land.