Decentralisatie heeft nog lange weg te gaan

“Decentralisatie in Suriname heeft nog een lange weg te gaan”, aldus Marchiano Garson, student aan de masteropleiding Macroeconomic Analysis and Policy, met als afstudeerthesis: ‘Het decentralisatieproces macro-economisch bekeken’. De ondertitel luidt: ‘Macro-economische effecten van het decentralization of local governmnet and strengthening program’ (DLGP). Garson zegt dat districtsbesturen door de lokale mensen zelf gekozen moeten worden. Dat gebeurt nu niet. Bij decentralisatie wordt al twaalf jaar lang gebruik gemaakt van de interimregeling. Er zou volgens Garson gewoon overgestapt moeten worden naar de wet op decentralisatie. Verder spreekt men van een algemene wet districtsbelasting. Als men deze belasting op de toegevoegde waarde binnen een redelijke termijn wil implementeren en als die zichtbare effecten heeft, dan vreest hij voor de algemene wet districtsbelasting.
Verder geeft Garson aan dat de districtscommissarissen sterker staan dan de ministeries. Een minister mag minimaal SRD 4000 uitgeven, terwijl de districtsraad minimaal SRD 10.000 mag uitgeven. Als de minister meer dan dat bedrag wil uitgeven, moet hij naar de Raad van Ministers. “De districten kunnen dus meer dan de ministeries, vandaar dat een tijd geleden enkele ministeries hebben aangeklopt bij de districten voor financiële hulp”, aldus Garson.
Volgens Garson heeft decentralisatie zowel een goed als slecht effect. Hij haalt als voorbeeld de Matawai case aan. Ondernemers hebben een bijdrage geleverd aan de activiteiten van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) en de dorpen en stichtingen in dat gebied, wat positief is. Het negatieve effect is dat de gelden niet goed besteed zijn. Het geld is niet gebruikt voor de ontwikkeling van de gebieden. Garson vindt dat erg, omdat Regionale Ontwikkeling kosten moet besparen om directoraten te helpen met bestedingsplannen. Garson pleit voor meer versterking van de lokale instituten om het geld dat moeizaam verdiend is, op een goede manier voor de gebieden te gebruiken.
Garson concludeert verder dat het residueel effect een positieve invloed heeft op de economische groei. Het leidt verder tot een hoge surplus van overheidsinkomsten, lagere financieringstekorten en overschotten en een lagere gemiddelde staatsschuld. De presentatie vond plaats in het IGSR/Staatsoliebuilding.

-door Kimberley Fräser-