PANIEK, RADELOOS & REDDELOOS

Onze economie verkeert al geruime tijd in financiële zwaar weer, waarbij de prijzen in de winkels elke keer weer het bewijs zijn, dat het nog steeds niet goed zit met Suriname. De afgelopen weken zijn de brandstofprijzen in ons land aanmerkelijk met een paar centen gestegen en zo weet je, dat de prijzen van consumptiegoederen ook weer de lucht in zullen gaan. Het is dan zeker niet vreemd, dat Surinamers paniekerig en radeloosheid worden, als duidelijk wordt dat de regering de crisis niet meer onder controle heeft. De burger raakt radeloos en weet niet goed meer wat te doen om tot een oplossing te komen. Wie dit gevoel kent, zal toegeven, dat een dergelijk sentiment niet makkelijk te beheersen is. De situatie waarin wij nu verkeren, wekt bij velen dit machteloze gevoel op. Of je nu werkgever, werknemer of iemand anders die een huishouding moet draaien bent, het onbehagelijk gevoel en de radeloosheid nemen steeds vaker bij het individu de overhand. Er zijn zoveel verschillende oorzaken waarom Surinamers zich zo radeloos en reddeloos voelen. De gezondheidszorg staat sinds vorig jaar op instorten en het salaris van de doorsnee burger is allang niet meer toereikend om het einde van de maand te halen; bedrijven kunnen veelal door gedaalde omzet hun werknemers geen looncorrectie geven. Ontevredenheid is overal te bespeuren en het zal niet lang meer duren, dat het volk niet meer kan voorzien in zijn noodzakelijke behoeften. Je raakt als sociaal voelend mens zwaar gedeprimeerd, wanneer je ziet hoe iemand in de supermarkt twee eieren in een plasticzakje koopt, omdat meer dan dat op dat moment niet mogelijk is. Dit soort mensonterende situaties kom je nu overal tegen en je vraagt je dan af, hoe het bestuur van een land dit zo ver heeft laten komen. Terwijl ministers overheidsgelden verspillen, die goed ingezet hadden kunnen worden voor het volk, blijft de Surinamer geduldig in afwachting op betere tijden. Terwijl verzekerden zich zorgen maken over hun ziektekostenverzekering, wordt er nauwelijks of geen debat gevoerd over de slechte situatie in de gezondheidszorg. En wat is de reactie veelal van de man in de straat? ,,Mi no e bemoei nanga politiek, want efu mi no wroko mi no e nyan”. Dus we zullen gevoeglijk radeloos en reddeloos blijven, tot de massa beseft, dat de toestand niet beter zal worden, en zal men dan pas opkomen voor hun belangen?