Ontwikkeling ondernemerschap gestagneerd

Wanneer men wil spreken van een significante groei in het ondernemen, dan moet de continuïteit gegarandeerd zijn. Het moet gemakkelijk zijn voor ondernemers om aan kapitaal en een stuk grond te komen, zodat men een bedrijf kan opzetten. Maar daarvan is al enkele jaren geen sprake meer in Suriname, de overheid wil juist meer belasting wil innen, aldus Sham Binda, voorzitter van de Associatie van Kleine en Middelgrote Ondernemers in Suriname (Akmos). Hij is van mening dat de overheid er juist voor moet zorgen dat ondernemers overleven en niet over de kop gaan. Hij merkt op dat deze regering onder leiding van president Bouterse, niet ervoor gezorgd heeft dat ondernemers hun bedrijf verder kunnen ontwikkelen, integendeel is het bedrijfsleven helemaal kapotgemaakt door het onsamenhangend beleid dat gevoerd wordt.
Binda wijst erop dat al vanaf 2016 duizenden bedrijven gesloten zijn, omdat de onkosten van deze bedrijven steeds hoger werden waardoor zij het hoofd niet langer boven water konden houden. Sommige van deze bedrijven hebben geprobeerd om te besparen op hun uitgaven, maar dit heeft een sneeuwbaleffect gehad, gezien andere bedrijven en bijvoorbeeld een deel van het personeel moesten instaan voor de gevolgen. Bedrijven die volgens Binda nog draaiende zijn en niet knippen in hun onkosten, zijn grote bedrijven die minder concurrentie en een grotere voorraad hebben.
De Akmos-voorzitter ziet de oorzaak voor deze negatieve ontwikkeling voor ondernemers en bedrijven terug in het slechte beleid. Hij merkt op dat het er steeds meer op begint te lijken dat het land stuurloos is geworden. “Er wordt zo weinig gecommuniceerd met de bevolking, iedere dag wanneer je opstaat, kom je voor nieuwe negatieve verrassingen te staan”, aldus Binda.
Er zijn specifieke zaken die erop wijzen dat de economie van het land niet is wat het wezen moet. Hij haalt aan dat veel ondernemers buiten de reguliere regels om, hun producten op de markt brengen, waardoor er een hosselcultuur is ontstaan. Dit is volgens hem duidelijk te zien aan het aantal kraampjes dat op diverse locaties binnen en buiten Paramaribo wordt opgezet, in bepaalde gevallen tegen de openbare orde in. Binda is van mening dat de districtscommissarissen die vergunningen voor dergelijke plekken uitgeven, geen ondersteuning bieden aan ondernemers, maar slechts corruptief handelen, gezien de bermen vrij moeten blijven, maar in plaats daarvan worden volgebouwd met allerlei kraampjes.

 

-door Richelle Mac-Nack-