‘Terreurdreiging moeilijk te beoordelen’

Suriname werd gisteren opgeschrikt door een Facebook- post waarin gedreigd werd met een aanslag door ISIS (Islamitische Staat) indien de twee terreurverdachten die zijn aangehouden, niet worden vrijgelaten. De verdachten, twee broers, worden ervan verdacht banden te hebben met de Islamitische Staat (IS) en zitten al tien maanden in voorarrest. De post was afkomstig van ene Mohammed Ahmed Al- Mehdi, hij dreigde om vandaag zeker vijftig slachtoffers te maken op de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS), Lyceum 1 en Santo Boma. Krishna Mathoera, VHP-parlementariër tevens oud- politiecommissaris, zegt desgevraagd dat het heel moeilijk te beoordelen is als het om een werkelijke dreiging gaat of om nepnieuws.

Zij benadrukt dat alle informatie die tot nog toe beschikbaar is, serieus onderzocht moet worden door onze inlichtingendienst met behulp van expertise van andere landen.

Op basis van de maatregelen die de regering heeft getroffen, namelijk het verhogen van de veiligheid bij objecten, zegt Mathoera dat de regering het dreigement heel serieus neemt. Het is volgens haar wel belangrijk dat de regering blijft communiceren met het volk om paniek te voorkomen. Het is nog niet duidelijk als de autoriteiten over informatie beschikken dat ISIS van plan was te dreigen met een aanslag. Internationaal gezien is het niet de werkwijze van ISIS om te dreigen met een aanslag indien kompanen niet vrij gelaten worden. Er wordt eerst een aanslag gepleegd waarna de terreurorganisatie deze opeist. Volgens Mathoera dient de zaak zorgvuldig onderzocht te worden: “Er is een dreiging in Suriname en die moet getoetst worden op basis van zorgvuldige informatie inwinning en analyse, waarbij het volk betrokken moet worden. Terwijl de informatie getoetst wordt, moet er rust gecreëerd worden door middel van extra veiligheidsmaatregelen. Dit is een nationale zaak en een ieder heeft er belang bij dat ons land bespaard blijft van welke terreuractie dan ook. Elke informatie in verband met deze zaak moet doorgeleid worden naar het Openbaar Ministerie en de Politie.”

door Johannes Damodar Patak