Verdachten zeeroof worden in Suriname vervolgd

Zowel de Surinaamse justitiële autoriteiten als de Guyanese, hebben verdachten aangehouden in de kwestie van de zeeroof. In Suriname zijn er 21 verdachten aangehouden waarvan 18 in verzekering zijn gesteld. Advocaat Irene Lalji, zegt desgevraagd dat de verdachten die op Surinaams grondgebied zijn aangehouden, in Suriname vervolgd moeten worden, zoals artikel 2 van het Surinaams Wetboek van Strafrecht aangeeft:
‘De Surinaamse strafwet is toepasselijk op ieder die zich binnen Suriname aan enig strafbaar feit schuldig maakt’. Volgens Lalji geldt de strafwet ook voor de territoriale zee en economische zone. De meeste verdachten in deze zaak zijn Guyanezen. Indien de Guyanese regering vindt dat zij in Guyana vervolgd moeten worden, zal er daartoe volgens de raadsvrouw een verzoek tot uitlevering moeten worden gedaan aan de Surinaamse regering.
Zij zegt dit op basis van een a- contrario redenering van artikel 5 uit het Surinaams Wetboek van Strafrecht. Op basis van dit artikel kan de Surinaamse overheid een verzoek tot uitlevering doen van de verdachten die de Guyanese autoriteiten hebben aangehouden om ze in Suriname te vervolgen voor het plegen van een strafbaar feit in Surinaamse wateren.
Lalji geeft de procedure weer die de verdachten zullen doorlopen in ons land. Zij legt uit dat de inverzekeringstelling voor een week geschiedt. In die week worden de verdachten voorgeleid bij het parket bij de officier van Justitie. De officier gaat beslissen over de verlenging van de inverzekeringstelling met 30 dagen. In deze zelfde week worden de verdachten ook voor de rechtercommissaris voorgeleid die zal toetsen als de inverzekeringstelling rechtmatig is dan wel onrechtmatig. De raadsvrouw voert aan dat indien uit feiten en omstandigheden blijkt, dat er geen redelijk vermoeden van schuld is dat de verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan het strafbaar feit, dat zo een verdachte dan in vrijheid wordt gesteld. Indien de rechtercommissaris de inverzekeringstelling rechtmatig heeft getoetst, wordt de inverzekeringstelling met 30 dagen verlengd. Lalji zegt dat binnen deze 30 dagen de verdachten of naar de strafzitting worden voorgeleid of niet. Indien dit niet binnen 30 dagen gebeurt, zal het Openbaar Ministerie (OM) aan de rechtercommissaris vragen om de verdachte nog 30 dagen in bewaring te nemen, totdat de zaak gedagvaard wordt voor de strafrechter.

-door Johannes Damodar Patak-