‘0,17 cent brandstoftegemoetkoming voor-de-gek-houderij’

Sham Binda, voorzitter van de Associatie van Kleine- en Middelgrote Ondernemingen in Suriname (Akmos), gevraagd naar een reactie over de SRD 0,17 cent tegemoetkoming van de regering op 1 liter benzine, zegt dat dit de zoveelste voor-de-gek-houderij is van de regering. Hij zegt dat de brandstofprijzen, ondanks de daling van de wereldmarktprijs, vanaf 2016 omhoog zijn gegaan. De bevolking heeft hiertegen ook geprostesteerd. Binda merkt op dat de regering enorm heeft verdiend aan de government take en zegt dat de 0,17 cent slechts een blijmakertje is om aan te tonen dat zij wil meewerken. Hij benadrukt dat het volk niets terug heeft gehad uit de government take van de afgelopen jaren. “Je ziet het nergens terug”, aldus Binda. Hij voert aan dat er bij dit besluit, net als bij het besluit om ministers te vervangen, geen rekenschap is gegeven aan het volk.

Hij vraagt zich af hoe de regering op een bedrag van SRD 0.17 cent komt en op basis waarvan gesteld kan worden dat het voldoende is om de bevolking tegemoet te komen. “Wie maak je hiermee blij”, aldus de Akmos- voorzitter.

Hij zegt verder dat er niets wordt gedaan aan het structuren van het openbaar vervoer, zodat mensen in plaats van hun auto, de bus nemen. Binda geeft aan, dat indien er goverment take wordt geïnd, deze ook terug te zien moet zijn. Hij zegt dat er heel wat gebieden zijn die verstoken zijn van een busverbinding en weer andere gebieden waar de bussen niet optimaal rijden. De goverment take die de overheid op 1 liter benzine int, is volgens Binda een onding. Hij is van mening dat er andere manieren zijn om inkomsten binnen te krijgen, doelend op de goudsector. Echter komt er volgens hem niets van de voorgenomen maatregelen om meer uit deze sector te halen terecht, omdat er slechte structuren zijn die bestuurd worden door amateurs. Binda geeft aan dat in feite elke sector voor haar eigen ontwikkeling moet zorgen. Hij noemt als voorbeeld de invoerrechten die betaald worden door het bedrijfsleven, die kunnen worden geïnvesteerd om bijvoorbeeld de productieverhoging te stimuleren.

-door Johannes Damodar Patak-